Naar de inhoud

ruggensteunen

ondersteunen, helpen

ruggensteunen is meer dan één woord

ruggensteunen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. ondersteunen, helpen

Vervoeging van ruggensteunen

ruggensteunenhele werkwoord — ruggensteundeverleden tijd enkelvoud — ruggensteundenverleden tijd meervoud — geruggensteundvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ruggensteun ruggensteunde
jij ruggensteunt ruggensteunde
hij, zij, het ruggensteunt ruggensteunde
wij ruggensteunen ruggensteunden
jullie ruggensteunen ruggensteunden
zij ruggensteunen ruggensteunden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geruggensteund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geruggensteund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geruggensteund impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geruggensteund impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geruggensteund impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geruggensteund impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geruggensteund worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geruggensteund zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geruggensteund worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geruggensteund zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geruggensteund verleden tijd, deelwoord
geruggensteund te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geruggensteund te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geruggensteund te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geruggensteund te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geruggensteund te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geruggensteund worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geruggensteund zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geruggensteund zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geruggensteund zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geruggensteund zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geruggensteund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geruggensteund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geruggensteund voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geruggensteund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geruggensteund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geruggensteund voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geruggensteund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geruggensteund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geruggensteund actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geruggensteund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geruggensteund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geruggensteund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geruggensteund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geruggensteund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geruggensteund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geruggensteund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geruggensteund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ruggensteun gebiedende wijs
ruggensteunde verleden tijd
ruggensteune aanvoegende wijs
ruggensteunend onvoltooid, deelwoord
te hebben geruggensteund actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ruggensteunen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ruggensteunen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geruggensteund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geruggensteund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geruggensteund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geruggensteund voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geruggensteund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geruggensteund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geruggensteund voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geruggensteund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geruggensteund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geruggensteund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geruggensteund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geruggensteund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geruggensteund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geruggensteund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geruggensteund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geruggensteund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geruggensteund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geruggensteund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geruggensteund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geruggensteund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geruggensteund hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geruggensteund hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geruggensteund hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geruggensteund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geruggensteund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geruggensteund zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geruggensteund zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ruggensteunen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ruggensteunen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ruggensteunen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geruggensteund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geruggensteund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geruggensteund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geruggensteund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geruggensteund hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geruggensteund hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geruggensteund hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geruggensteund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geruggensteund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geruggensteund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geruggensteund zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geruggensteund zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geruggensteund zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ruggensteunen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ruggensteunen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ruggensteunen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geruggensteund hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geruggensteund hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geruggensteund hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geruggensteund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geruggensteund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geruggensteund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geruggensteund zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geruggensteund zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geruggensteund zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ruggensteunen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ruggensteunen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ruggensteunen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geruggensteund hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geruggensteund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geruggensteund zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ruggensteunen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geruggensteund hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geruggensteund hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geruggensteund hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geruggensteund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geruggensteund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geruggensteund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geruggensteund zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geruggensteund zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geruggensteund zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ruggensteunen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ruggensteunen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ruggensteunen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ruggensteunen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geruggensteund hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geruggensteund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geruggensteund zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ruggensteunen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord ruggensteun

Herkomst

Afgeleid van ruggensteun met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van ruggensteunen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ruggensteunde verleden tijd ruggensteunen
ruggensteunden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ruggensteunen
ruggensteune aanvoegende wijs ruggensteunen
ruggensteunend onvoltooid deelwoord ruggensteunen
ruggensteunende woordvorm ruggensteunen
ruggensteunt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ruggensteunen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ruggensteunen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ruggensteunen

Wat betekent ruggensteunen?
Ruggensteunen is een werkwoord. Het woord betekent: ondersteunen, helpen.
Hoe vervoeg je ruggensteunen?
Je vervoegt ruggensteunen als volgt: de tegenwoordige tijd is ruggensteun, de verleden tijd is ruggensteunde en het voltooid deelwoord is geruggensteund. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ruggensteunen is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. U 4
  3. G 3
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. U 4
  11. N 1
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ruggensteunen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. U 2
  3. G 3
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. U 2
  11. N 1
  12. E 1
  13. N 1
  14. 22 zonder bonus
  15. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ruggensteunen in het kort

ruggensteunen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van ruggensteunen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ruggensteunen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ruggensteunen: ondersteunen, helpen
Deel ruggensteunen — standaardnederlands.nl