| er is gerugbyd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gerugbyd |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gerugbyd |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gerugbyd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gerugbyd worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gerugbyd zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gerugbyd worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gerugbyd zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gerugbyd |
verleden tijd, deelwoord
|
| gerugbyd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gerugbyd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gerugbyd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gerugbyd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gerugbyd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gerugbyd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gerugbyd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gerugbyd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gerugbyd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gerugbyd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gerugbyd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gerugbyd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gerugbyd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gerugbyd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gerugbyd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gerugbyd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gerugbyd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| rugby |
gebiedende wijs
|
| rugbyde |
verleden tijd
|
| rugbye |
aanvoegende wijs
|
| rugbyend |
onvoltooid, deelwoord
|
| te hebben gerugbyd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te rugbyen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen rugbyen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| zal gerugbyd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gerugbyd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gerugbyd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal rugbyen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal rugbyen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal rugbyen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zou gerugbyd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gerugbyd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gerugbyd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou rugbyen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou rugbyen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou rugbyen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gerugbyd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gerugbyd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gerugbyd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden rugbyen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden rugbyen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden rugbyen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gerugbyd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt rugbyen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gerugbyd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gerugbyd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gerugbyd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen rugbyen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen rugbyen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen rugbyen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen rugbyen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gerugbyd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult rugbyen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|