rotten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een proces van fermentatie ondergaan
Vervoeging van rotten
rottenhele werkwoord — rotteverleden tijd enkelvoud — gerotvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rot | rotte |
| jij | rot | rotte |
| hij, zij, het | rot | rotte |
| wij | rotten | — |
| jullie | rotten | — |
| zij | rotten | — |
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gerot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gerot | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gerot | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gerot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gerot worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gerot zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gerot worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gerot zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gerot | verleden tijd, deelwoord |
| gerot te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerot zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rot | gebiedende wijs |
| rotte | verleden tijd |
| rotte | aanvoegende wijs |
| rottend | onvoltooid, deelwoord |
| te rotten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gerot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rotten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gerot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gerot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gerot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gerot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gerot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal gerot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gerot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gerot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rotten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gerot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult rotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van rotten
Vervoeging van rotten
rottenhele werkwoord — rotteverleden tijd enkelvoud — gerotvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rot | rotte |
| jij | rot | rotte |
| hij, zij, het | rot | rotte |
| wij | rotten | — |
| jullie | rotten | — |
| zij | rotten | — |
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gerot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gerot | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gerot | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gerot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gerot worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gerot zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gerot worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gerot zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gerot | verleden tijd, deelwoord |
| gerot te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerot zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rot | gebiedende wijs |
| rotte | verleden tijd |
| rotte | aanvoegende wijs |
| rottend | onvoltooid, deelwoord |
| te rotten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gerot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rotten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gerot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gerot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gerot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gerot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gerot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal gerot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gerot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gerot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gerot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rotten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gerot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult rotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord rot
Herkomst
In de betekenis van ‘verrotten’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Woordfamilie van rotten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerot | voltooid deelwoord | rotten |
| gerotte | woordvorm | rotten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rotten zijn vastgelegd.