Naar de inhoud

rotten

een proces van fermentatie ondergaan

rotten is meer dan één woord

rotten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een proces van fermentatie ondergaan

Vervoeging van rotten

rottenhele werkwoord — rotteverleden tijd enkelvoud — gerotvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rot rotte
jij rot rotte
hij, zij, het rot rotte
wij rotten —
jullie rotten —
zij rotten —
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gerot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gerot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gerot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gerot impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gerot impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gerot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gerot worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gerot zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gerot worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gerot zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gerot verleden tijd, deelwoord
gerot te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerot zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gerot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gerot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rot gebiedende wijs
rotte verleden tijd
rotte aanvoegende wijs
rottend onvoltooid, deelwoord
te rotten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gerot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gerot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gerot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerot voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gerot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gerot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gerot voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal gerot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gerot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gerot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gerot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gerot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gerot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gerot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van rotten

Vervoeging van rotten

rottenhele werkwoord — rotteverleden tijd enkelvoud — gerotvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rot rotte
jij rot rotte
hij, zij, het rot rotte
wij rotten —
jullie rotten —
zij rotten —
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gerot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gerot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gerot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gerot impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gerot impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gerot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gerot worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gerot zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gerot worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gerot zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gerot verleden tijd, deelwoord
gerot te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerot zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gerot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gerot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rot gebiedende wijs
rotte verleden tijd
rotte aanvoegende wijs
rottend onvoltooid, deelwoord
te rotten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gerot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gerot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gerot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerot voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gerot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gerot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gerot voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal gerot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gerot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gerot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gerot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gerot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gerot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gerot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord rot

Herkomst

In de betekenis van ‘verrotten’ voor het eerst aangetroffen in 1287

Woordfamilie van rotten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerot voltooid deelwoord rotten
gerotte woordvorm rotten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rotten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over rotten

Wat betekent rotten?
Rotten is een werkwoord. Het woord betekent: een proces van fermentatie ondergaan.
Hoe vervoeg je rotten?
Je vervoegt rotten als volgt: de tegenwoordige tijd is rot, de verleden tijd is rotte en het voltooid deelwoord is gerot. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rotten is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rotten levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 39 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 39 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rotten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

rotten in het kort

rotten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van rotten zijn 38 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort rotten bij een woordfamilie van 2 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

rotten: een proces van fermentatie ondergaan
Deel rotten — standaardnederlands.nl