Naar de inhoud

roosteren

in de gloed van een vuur of andere warmtebron gaar laten worden

roosteren

werkwoord ˈrostərə(n)

Betekenis

  1. in de gloed van een vuur of andere warmtebron gaar laten worden
  2. verkeerstechniek iets op een rooster of raster plaatsen

Hoe spreek je roosteren uit?

/ˈrostərən/

Roosteren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈrostərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
o boot
s sok
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van roosteren

roosterenhele werkwoord — roosterdeverleden tijd enkelvoud — roosterdenverleden tijd meervoud — geroosterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rooster roosterde
jij roostert roosterde
hij, zij, het roostert roosterde
wij roosteren roosterden
jullie roosteren roosterden
zij roosteren roosterden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geroosterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geroosterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geroosterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geroosterd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geroosterd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geroosterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geroosterd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geroosterd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geroosterd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geroosterd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geroosterd verleden tijd, deelwoord
geroosterd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geroosterd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geroosterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geroosterd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geroosterd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geroosterd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geroosterd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geroosterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geroosterd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geroosterd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geroosterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geroosterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geroosterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geroosterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geroosterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geroosterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geroosterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geroosterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geroosterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geroosterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geroosterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geroosterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geroosterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geroosterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geroosterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geroosterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geroosterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rooster gebiedende wijs
roosterde verleden tijd
roostere aanvoegende wijs
roosterend onvoltooid, deelwoord
te hebben geroosterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te roosteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen roosteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geroosterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geroosterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geroosterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geroosterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geroosterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geroosterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geroosterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geroosterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geroosterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geroosterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geroosterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geroosterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geroosterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geroosterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geroosterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geroosterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geroosterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geroosterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geroosterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geroosterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geroosterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geroosterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geroosterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geroosterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geroosterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geroosterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geroosterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal roosteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal roosteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal roosteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geroosterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geroosterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geroosterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geroosterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geroosterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geroosterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geroosterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geroosterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geroosterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geroosterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geroosterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geroosterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geroosterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou roosteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou roosteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou roosteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geroosterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geroosterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geroosterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geroosterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geroosterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geroosterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geroosterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geroosterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geroosterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden roosteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden roosteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden roosteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geroosterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geroosterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geroosterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt roosteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geroosterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geroosterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geroosterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geroosterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geroosterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geroosterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geroosterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geroosterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geroosterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen roosteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen roosteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen roosteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen roosteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geroosterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geroosterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geroosterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult roosteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

vermoedelijk afgeleid van rooster zn met het achtervoegsel -en, in de betekenis van ‘op een rooster braden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1715

Woordfamilie van roosteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
roosterde verleden tijd roosteren
roosterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon roosteren
roostere aanvoegende wijs roosteren
roosterend onvoltooid deelwoord roosteren
roosterende woordvorm roosteren
roostert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon roosteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roosteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over roosteren

Hoe spreek ik roosteren uit?
Zo spreek je roosteren uit: /ˈrostərə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van roosteren?
Roosteren is een werkwoord. De betekenis is: in de gloed van een vuur of andere warmtebron gaar laten worden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik roosteren?
Zo vervoeg je roosteren zo: de tegenwoordige tijd is rooster, de verleden tijd is roosterde en het voltooid deelwoord is geroosterd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord roosteren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

roosteren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

roosteren in het kort

roosteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van roosteren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort roosteren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

roosteren: in de gloed van een vuur of andere warmtebron gaar laten worden
Deel roosteren — standaardnederlands.nl