Naar de inhoud

roosten

aan de hitte van vuur blootstellen (onder toevoeging van lucht)

roosten

werkwoord

Betekenis

  1. aan de hitte van vuur blootstellen (onder toevoeging van lucht)
  2. (een erts) verhitten

werkwoord

  1. verhitten

Vervoeging van roosten

roostenhele werkwoord — roostteverleden tijd enkelvoud — roosttenverleden tijd meervoud — geroostvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik roost roostte
jij roost roostte
hij, zij, het roost roostte
wij roosten roostten
jullie roosten roostten
zij roosten roostten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geroost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geroost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geroost impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geroost impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geroost impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geroost impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geroost worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geroost zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geroost worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geroost zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geroost verleden tijd, deelwoord
geroost te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geroost te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geroost te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geroost te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geroost te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geroost worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geroost zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geroost zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geroost zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geroost zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geroost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geroost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geroost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geroost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geroost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geroost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geroost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geroost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geroost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geroost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geroost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geroost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geroost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geroost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geroost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geroost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geroost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
roost gebiedende wijs
rooste aanvoegende wijs
roostend onvoltooid, deelwoord
roostte verleden tijd
te hebben geroost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te roosten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen roosten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geroost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geroost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geroost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geroost voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geroost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geroost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geroost voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geroost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geroost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geroost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geroost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geroost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geroost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geroost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geroost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geroost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geroost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geroost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geroost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geroost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geroost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geroost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geroost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geroost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geroost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geroost zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geroost zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal roosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal roosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal roosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geroost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geroost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geroost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geroost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geroost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geroost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geroost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geroost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geroost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geroost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geroost zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geroost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geroost zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou roosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou roosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou roosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geroost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geroost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geroost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geroost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geroost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geroost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geroost zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geroost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geroost zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden roosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden roosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden roosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geroost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geroost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geroost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt roosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geroost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geroost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geroost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geroost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geroost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geroost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geroost zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geroost zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geroost zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen roosten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen roosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen roosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen roosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geroost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geroost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geroost zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult roosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘roosteren’ voor het eerst aangetroffen in 1350

Woordfamilie van roosten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geroost voltooid deelwoord roosten
gerooste woordvorm roosten
roost gebiedende wijs roosten
rooste aanvoegende wijs roosten
roostend onvoltooid deelwoord roosten
roostende woordvorm roosten
roostte verleden tijd roosten
roostten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon roosten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roosten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over roosten

Wat is de betekenis van roosten?
Roosten is een werkwoord. De betekenis is: aan de hitte van vuur blootstellen (onder toevoeging van lucht). In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik roosten?
Zo vervoeg je roosten zo: de tegenwoordige tijd is roost, de verleden tijd is roostte en het voltooid deelwoord is geroost. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord roosten is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

roosten levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 82 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 zonder bonus
  9. 82 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

roosten telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

roosten in het kort

roosten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van roosten staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort roosten bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

roosten: aan de hitte van vuur blootstellen (onder toevoeging van lucht)
Deel roosten — standaardnederlands.nl