Naar de inhoud

rondwandelen

zonder duidelijk doel ergens wandelen, een ommetje lopen

rondwandelen

werkwoord /'rɔntwɑndələ(n)/

Betekenis

  1. zonder duidelijk doel ergens wandelen, een ommetje lopen

Hoe spreek je rondwandelen uit?

/ˈrɔntwɑndələn/

Rondwandelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈrɔntwɑndələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
ɔ bot
n nek
t tak
w quiz
ɑ bad
d dak
ə de
l land
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van rondwandelen

rondwandelenhele werkwoord — wandelde rondverleden tijd enkelvoud — wandelden rondverleden tijd meervoud — rondgewandeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wandel rond wandelde rond
jij wandelt rond wandelde rond
hij, zij, het wandelt rond wandelde rond
wij wandelen rond wandelden rond
jullie wandelen rond wandelden rond
zij wandelen rond wandelden rond
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had rondgewandeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had rondgewandeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had rondgewandeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden rondgewandeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden rondgewandeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden rondgewandeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt rondgewandeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb rondgewandeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rondgewandeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben rondgewandeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rondgewandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben rondgewandeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt rondgewandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rondgewandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rondgewandeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rond te wandelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
rond te zullen wandelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
rond zal wandelen bijzin, toekomende tijd
rond zou wandelen bijzin, voorwaardelijk
rond zouden wandelen bijzin, voorwaardelijk
rond zoudt wandelen bijzin, voorwaardelijk
rond zullen wandelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
rond zullen wandelen bijzin, toekomende tijd
rond zult wandelen bijzin, toekomende tijd
rondgewandeld verleden tijd, deelwoord
rondgewandeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
rondgewandeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
rondwandel bijzin, tegenwoordige tijd
rondwandelde bijzin, verleden tijd
rondwandelden bijzin, verleden tijd
rondwandelend onvoltooid, deelwoord
rondwandelt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben rondgewandeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rondwandelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
wandel rond gebiedende wijs
wandelde rond verleden tijd
zal rondgewandeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal rondgewandeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal rondgewandeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rondwandelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rondwandelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rondwandelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal rondwandelen bijzin, toekomende tijd
zou rondgewandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou rondgewandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou rondgewandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rondwandelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rondwandelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rondwandelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou rondwandelen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) rondwandelen rond zou(dt) wandelen bijzin, voorwaardelijk
zouden rondgewandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden rondgewandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden rondgewandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rondwandelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rondwandelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rondwandelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden rondwandelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt rondgewandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rondwandelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt rondwandelen bijzin, voorwaardelijk
zullen rondgewandeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen rondgewandeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen rondgewandeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rondwandelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rondwandelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rondwandelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rondwandelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen rondwandelen bijzin, toekomende tijd
zult rondgewandeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rondwandelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult rondwandelen bijzin, toekomende tijd
zult/zal rondwandelen rond zult/zal wandelen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van rond bw en wandelen ww

Woordfamilie van rondwandelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
rondgewandeld voltooid deelwoord rondwandelen
rondwandel subordinate-clause, tegenwoordige tijd rondwandelen
rondwandelde subordinate-clause, verleden tijd rondwandelen
rondwandelden subordinate-clause, verleden tijd rondwandelen
rondwandele with-subordinate-clause rondwandelen
rondwandelend onvoltooid deelwoord rondwandelen
rondwandelende woordvorm rondwandelen
rondwandelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd rondwandelen
wandel rond gebiedende wijs rondwandelen
wandelde rond verleden tijd rondwandelen
wandelden rond aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rondwandelen
wandele rond woordvorm rondwandelen
wandelen rond aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon rondwandelen
wandelt rond aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rondwandelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rondwandelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over rondwandelen

Hoe spreek je rondwandelen uit?
De uitspraak van rondwandelen is: /'rɔntwɑndələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent rondwandelen?
Rondwandelen is een werkwoord. Het woord betekent: zonder duidelijk doel ergens wandelen, een ommetje lopen.
Hoe vervoeg je rondwandelen?
Je vervoegt rondwandelen als volgt: het voltooid deelwoord is rondgewandeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rondwandelen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. W 5
  6. A 1
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rondwandelen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. W 5
  6. A 1
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 zonder bonus
  14. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rondwandelen in het kort

rondwandelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van rondwandelen zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort rondwandelen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

rondwandelen: zonder duidelijk doel ergens wandelen, een ommetje lopen
Deel rondwandelen — standaardnederlands.nl