rondvaren
werkwoordBetekenis
- geheel rondom een landmassa of de aarde zelf varen
- met een boot een tocht maken en weer terugkeren naar de oorsprong
- iemand op een boot meenemen op een rondvaart
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van rondvaren
rondvarenhele werkwoord — voer rondverleden tijd enkelvoud — voeren rondverleden tijd meervoud — rondgevarenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vaar rond | voer rond |
| jij | vaart rond | voer rond |
| hij, zij, het | vaart rond | voer rond |
| wij | varen rond | voeren rond |
| jullie | varen rond | voeren rond |
| zij | varen rond | voeren rond |
Alle 118 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben rondgevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent rondgevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is rondgevaren | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was rondgevaren | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd rondgevaren | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt rondgevaren | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal rondgevaren worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal rondgevaren zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou rondgevaren worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou rondgevaren zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| hebben rondgevaren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is rondgevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is rondgevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rond te varen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rond te zullen varen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rond zal varen | bijzin, toekomende tijd |
| rond zou varen | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zouden varen | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zoudt varen | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zullen varen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rond zullen varen | bijzin, toekomende tijd |
| rond zult varen | bijzin, toekomende tijd |
| rondgevaren | verleden tijd, deelwoord |
| rondgevaren te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgevaren te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgevaren te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgevaren te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgevaren te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgevaren worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgevaren zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgevaren zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgevaren zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgevaren zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondvaar | bijzin, tegenwoordige tijd |
| rondvaart | bijzin, tegenwoordige tijd |
| rondvarend | onvoltooid, deelwoord |
| rondvoer | bijzin, verleden tijd |
| rondvoeren | bijzin, verleden tijd |
| te hebben/zijn rondgevaren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rondvaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vaar rond | gebiedende wijs |
| voer rond | verleden tijd |
| waart rondgevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgevaren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren rondgevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgevaren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was rondgevaren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was rondgevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was rondgevaren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd rondgevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd rondgevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd rondgevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden rondgevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden rondgevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden rondgevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt rondgevaren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word rondgevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden rondgevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden rondgevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden rondgevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt rondgevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt rondgevaren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal rondgevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal rondgevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rondvaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rondvaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rondvaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal rondvaren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn rondgevaren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn rondgevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn rondgevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn rondgevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt rondgevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou rondgevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou rondgevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rondvaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rondvaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rondvaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou rondvaren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) rondvaren rond zou(dt) varen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden rondgevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rondgevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rondgevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondgevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondvaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rondvaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rondvaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden rondvaren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt rondgevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondgevaren zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondvaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt rondvaren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen rondgevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rondgevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rondgevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondgevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondvaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rondvaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rondvaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rondvaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen rondvaren | bijzin, toekomende tijd |
| zult rondgevaren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult rondgevaren zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult rondvaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult rondvaren | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal rondvaren rond zult/zal varen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van rond en varen
Woordfamilie van rondvaren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rondgevaren | voltooid deelwoord | rondvaren |
| rondvaar | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | rondvaren |
| rondvare | with-subordinate-clause | rondvaren |
| rondvarend | onvoltooid deelwoord | rondvaren |
| rondvarende | woordvorm | rondvaren |
| vaar rond | gebiedende wijs | rondvaren |
| vaart rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | rondvaren |
| vare rond | woordvorm | rondvaren |
| varen rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | rondvaren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rondvaren zijn vastgelegd.