Naar de inhoud

rondvoeren

op een tocht die terugleidt naar de oorsprong doen bewegen

rondvoeren

werkwoord

Betekenis

  1. op een tocht die terugleidt naar de oorsprong doen bewegen

Vervoeging van rondvoeren

rondvoerenhele werkwoord — voerde rondverleden tijd enkelvoud — voerden rondverleden tijd meervoud — rondgevoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voer rond voerde rond
jij voert rond voerde rond
hij, zij, het voert rond voerde rond
wij voeren rond voerden rond
jullie voeren rond voerden rond
zij voeren rond voerden rond
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is rondgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was rondgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd rondgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt rondgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal rondgevoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal rondgevoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou rondgevoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou rondgevoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had rondgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had rondgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had rondgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden rondgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden rondgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden rondgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt rondgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rondgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rond te voeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
rond te zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
rond zal voeren bijzin, toekomende tijd
rond zou voeren bijzin, voorwaardelijk
rond zouden voeren bijzin, voorwaardelijk
rond zoudt voeren bijzin, voorwaardelijk
rond zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
rond zullen voeren bijzin, toekomende tijd
rond zult voeren bijzin, toekomende tijd
rondgevoerd verleden tijd, deelwoord
rondgevoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
rondgevoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
rondgevoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
rondgevoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
rondgevoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
rondgevoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
rondgevoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
rondgevoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
rondgevoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
rondgevoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
rondvoer bijzin, tegenwoordige tijd
rondvoerde bijzin, verleden tijd
rondvoerden bijzin, verleden tijd
rondvoerend onvoltooid, deelwoord
rondvoert bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben rondgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rondvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voer rond gebiedende wijs
voerde rond verleden tijd
waart rondgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren rondgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren rondgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren rondgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was rondgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was rondgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was rondgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal rondgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal rondgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal rondgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal rondgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal rondgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal rondvoeren bijzin, toekomende tijd
zijn rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou rondgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou rondgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou rondgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou rondgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou rondgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou rondgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou rondvoeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) rondvoeren rond zou(dt) voeren bijzin, voorwaardelijk
zouden rondgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden rondgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden rondgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rondgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden rondgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden rondgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden rondvoeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt rondgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rondgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt rondvoeren bijzin, voorwaardelijk
zullen rondgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen rondgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen rondgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rondgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen rondgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen rondgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rondvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen rondvoeren bijzin, toekomende tijd
zult rondgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van rondvaren

Vervoeging van rondvoeren

rondvoerenhele werkwoord — voerde rondverleden tijd enkelvoud — voerden rondverleden tijd meervoud — rondgevoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voer rond voerde rond
jij voert rond voerde rond
hij, zij, het voert rond voerde rond
wij voeren rond voerden rond
jullie voeren rond voerden rond
zij voeren rond voerden rond
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is rondgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was rondgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd rondgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt rondgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal rondgevoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal rondgevoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou rondgevoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou rondgevoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had rondgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had rondgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had rondgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden rondgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden rondgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden rondgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt rondgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rondgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rond te voeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
rond te zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
rond zal voeren bijzin, toekomende tijd
rond zou voeren bijzin, voorwaardelijk
rond zouden voeren bijzin, voorwaardelijk
rond zoudt voeren bijzin, voorwaardelijk
rond zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
rond zullen voeren bijzin, toekomende tijd
rond zult voeren bijzin, toekomende tijd
rondgevoerd verleden tijd, deelwoord
rondgevoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
rondgevoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
rondgevoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
rondgevoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
rondgevoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
rondgevoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
rondgevoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
rondgevoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
rondgevoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
rondgevoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
rondvoer bijzin, tegenwoordige tijd
rondvoerde bijzin, verleden tijd
rondvoerden bijzin, verleden tijd
rondvoerend onvoltooid, deelwoord
rondvoert bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben rondgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rondvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voer rond gebiedende wijs
voerde rond verleden tijd
waart rondgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren rondgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren rondgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren rondgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was rondgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was rondgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was rondgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt rondgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal rondgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal rondgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal rondgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal rondgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal rondgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal rondvoeren bijzin, toekomende tijd
zijn rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt rondgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou rondgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou rondgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou rondgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou rondgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou rondgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou rondgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou rondvoeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) rondvoeren rond zou(dt) voeren bijzin, voorwaardelijk
zouden rondgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden rondgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden rondgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rondgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden rondgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden rondgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden rondvoeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt rondgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rondgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt rondvoeren bijzin, voorwaardelijk
zullen rondgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen rondgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen rondgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rondgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rondgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen rondgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen rondgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rondvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rondvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen rondvoeren bijzin, toekomende tijd
zult rondgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van rond bw en voeren ww

Woordfamilie van rondvoeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
rondgevoerd voltooid deelwoord rondvoeren
rondgevoerde woordvorm rondvoeren
rondvoerde subordinate-clause, verleden tijd rondvoeren
rondvoerden subordinate-clause, verleden tijd rondvoeren
rondvoere with-subordinate-clause rondvoeren
rondvoerend onvoltooid deelwoord rondvoeren
rondvoerende woordvorm rondvoeren
rondvoert subordinate-clause, tegenwoordige tijd rondvoeren
voerde rond verleden tijd rondvoeren
voerden rond aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rondvoeren
voere rond woordvorm rondvoeren
voert rond aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rondvoeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rondvoeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over rondvoeren

Wat is de betekenis van rondvoeren?
Rondvoeren is een werkwoord. De betekenis is: op een tocht die terugleidt naar de oorsprong doen bewegen.
Hoe vervoeg ik rondvoeren?
Zo vervoeg je rondvoeren zo: het voltooid deelwoord is rondgevoerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rondvoeren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. V 4
  6. O 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rondvoeren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. V 4
  6. O 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 zonder bonus
  12. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rondvoeren in het kort

rondvoeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van rondvoeren staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort rondvoeren bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

rondvoeren: op een tocht die terugleidt naar de oorsprong doen bewegen
Deel rondvoeren — standaardnederlands.nl