rondvoeren
werkwoordBetekenis
- op een tocht die terugleidt naar de oorsprong doen bewegen
Vervoeging van rondvoeren
rondvoerenhele werkwoord — voerde rondverleden tijd enkelvoud — voerden rondverleden tijd meervoud — rondgevoerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | voer rond | voerde rond |
| jij | voert rond | voerde rond |
| hij, zij, het | voert rond | voerde rond |
| wij | voeren rond | voerden rond |
| jullie | voeren rond | voerden rond |
| zij | voeren rond | voerden rond |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is rondgevoerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was rondgevoerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd rondgevoerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt rondgevoerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal rondgevoerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal rondgevoerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou rondgevoerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou rondgevoerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgevoerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rond te voeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rond te zullen voeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rond zal voeren | bijzin, toekomende tijd |
| rond zou voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zouden voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zoudt voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zullen voeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rond zullen voeren | bijzin, toekomende tijd |
| rond zult voeren | bijzin, toekomende tijd |
| rondgevoerd | verleden tijd, deelwoord |
| rondgevoerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgevoerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgevoerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgevoerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgevoerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgevoerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgevoerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgevoerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgevoerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgevoerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondvoer | bijzin, tegenwoordige tijd |
| rondvoerde | bijzin, verleden tijd |
| rondvoerden | bijzin, verleden tijd |
| rondvoerend | onvoltooid, deelwoord |
| rondvoert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben rondgevoerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rondvoeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voer rond | gebiedende wijs |
| voerde rond | verleden tijd |
| waart rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal rondgevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal rondgevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal rondgevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal rondvoeren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou rondgevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou rondvoeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) rondvoeren rond zou(dt) voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden rondgevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondgevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden rondvoeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt rondgevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondgevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt rondvoeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen rondgevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondgevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondvoeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen rondvoeren | bijzin, toekomende tijd |
| zult rondgevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van rondvaren
Vervoeging van rondvoeren
rondvoerenhele werkwoord — voerde rondverleden tijd enkelvoud — voerden rondverleden tijd meervoud — rondgevoerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | voer rond | voerde rond |
| jij | voert rond | voerde rond |
| hij, zij, het | voert rond | voerde rond |
| wij | voeren rond | voerden rond |
| jullie | voeren rond | voerden rond |
| zij | voeren rond | voerden rond |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is rondgevoerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was rondgevoerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd rondgevoerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt rondgevoerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal rondgevoerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal rondgevoerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou rondgevoerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou rondgevoerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgevoerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rond te voeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rond te zullen voeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rond zal voeren | bijzin, toekomende tijd |
| rond zou voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zouden voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zoudt voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zullen voeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rond zullen voeren | bijzin, toekomende tijd |
| rond zult voeren | bijzin, toekomende tijd |
| rondgevoerd | verleden tijd, deelwoord |
| rondgevoerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgevoerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgevoerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgevoerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgevoerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgevoerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgevoerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgevoerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgevoerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgevoerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondvoer | bijzin, tegenwoordige tijd |
| rondvoerde | bijzin, verleden tijd |
| rondvoerden | bijzin, verleden tijd |
| rondvoerend | onvoltooid, deelwoord |
| rondvoert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben rondgevoerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rondvoeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voer rond | gebiedende wijs |
| voerde rond | verleden tijd |
| waart rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was rondgevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt rondgevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal rondgevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal rondgevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal rondgevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal rondvoeren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt rondgevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou rondgevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou rondvoeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) rondvoeren rond zou(dt) voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden rondgevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondgevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden rondvoeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt rondgevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondgevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt rondvoeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen rondgevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rondgevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondgevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondvoeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rondvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen rondvoeren | bijzin, toekomende tijd |
| zult rondgevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van rond bw en voeren ww
Woordfamilie van rondvoeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rondgevoerd | voltooid deelwoord | rondvoeren |
| rondgevoerde | woordvorm | rondvoeren |
| rondvoerde | subordinate-clause, verleden tijd | rondvoeren |
| rondvoerden | subordinate-clause, verleden tijd | rondvoeren |
| rondvoere | with-subordinate-clause | rondvoeren |
| rondvoerend | onvoltooid deelwoord | rondvoeren |
| rondvoerende | woordvorm | rondvoeren |
| rondvoert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | rondvoeren |
| voerde rond | verleden tijd | rondvoeren |
| voerden rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | rondvoeren |
| voere rond | woordvorm | rondvoeren |
| voert rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | rondvoeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rondvoeren zijn vastgelegd.