rondstralen
werkwoordBetekenis
- in elke richting dezelfde hoeveelheid elektromagnetische straling uitzenden
Vervoeging van rondstralen
rondstralenhele werkwoord — straalde rondverleden tijd enkelvoud — straalden rondverleden tijd meervoud — rondgestraaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | straal rond | straalde rond |
| jij | straalt rond | straalde rond |
| hij, zij, het | straalt rond | straalde rond |
| wij | stralen rond | straalden rond |
| jullie | stralen rond | straalden rond |
| zij | stralen rond | straalden rond |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben rondgestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent rondgestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is rondgestraald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was rondgestraald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd rondgestraald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt rondgestraald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal rondgestraald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal rondgestraald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou rondgestraald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou rondgestraald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had rondgestraald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had rondgestraald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had rondgestraald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden rondgestraald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden rondgestraald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden rondgestraald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt rondgestraald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb rondgestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgestraald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben rondgestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben rondgestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt rondgestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is rondgestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is rondgestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rond te stralen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rond te zullen stralen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rond zal stralen | bijzin, toekomende tijd |
| rond zou stralen | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zouden stralen | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zoudt stralen | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zullen stralen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rond zullen stralen | bijzin, toekomende tijd |
| rond zult stralen | bijzin, toekomende tijd |
| rondgestraald | verleden tijd, deelwoord |
| rondgestraald te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgestraald te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgestraald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgestraald te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgestraald te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgestraald worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgestraald zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgestraald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgestraald zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgestraald zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondstraal | bijzin, tegenwoordige tijd |
| rondstraalde | bijzin, verleden tijd |
| rondstraalden | bijzin, verleden tijd |
| rondstraalt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| rondstralend | onvoltooid, deelwoord |
| straal rond | gebiedende wijs |
| straalde rond | verleden tijd |
| te hebben rondgestraald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rondstralen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart rondgestraald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgestraald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren rondgestraald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgestraald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was rondgestraald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was rondgestraald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was rondgestraald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd rondgestraald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd rondgestraald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd rondgestraald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden rondgestraald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden rondgestraald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden rondgestraald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt rondgestraald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word rondgestraald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden rondgestraald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden rondgestraald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden rondgestraald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt rondgestraald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt rondgestraald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal rondgestraald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgestraald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal rondgestraald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rondgestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal rondgestraald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgestraald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rondstralen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rondstralen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rondstralen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal rondstralen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn rondgestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn rondgestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn rondgestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt rondgestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou rondgestraald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgestraald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgestraald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rondgestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou rondgestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgestraald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgestraald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgestraald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rondstralen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rondstralen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rondstralen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou rondstralen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) rondstralen rond zou(dt) stralen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden rondgestraald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgestraald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgestraald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondgestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rondgestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rondgestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondgestraald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgestraald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgestraald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondstralen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rondstralen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rondstralen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden rondstralen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt rondgestraald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondgestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondgestraald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondstralen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt rondstralen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen rondgestraald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgestraald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgestraald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondgestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rondgestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rondgestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondgestraald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgestraald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgestraald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondstralen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rondstralen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rondstralen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rondstralen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen rondstralen | bijzin, toekomende tijd |
| zult rondgestraald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van rond en stralen
Woordfamilie van rondstralen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rondgestraald | voltooid deelwoord | rondstralen |
| rondgestraalde | woordvorm | rondstralen |
| rondstraal | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | rondstralen |
| rondstraalde | subordinate-clause, verleden tijd | rondstralen |
| rondstraalden | subordinate-clause, verleden tijd | rondstralen |
| rondstraalt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | rondstralen |
| rondstrale | with-subordinate-clause | rondstralen |
| rondstralend | onvoltooid deelwoord | rondstralen |
| rondstralende | woordvorm | rondstralen |
| straal rond | gebiedende wijs | rondstralen |
| straalde rond | verleden tijd | rondstralen |
| straalden rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | rondstralen |
| straalt rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | rondstralen |
| strale rond | woordvorm | rondstralen |
| stralen rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | rondstralen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rondstralen zijn vastgelegd.