Naar de inhoud

rondkijken

de blik onderzoekend in verschillende richtingen richten

rondkijken

werkwoord

Betekenis

  1. de blik onderzoekend in verschillende richtingen richten
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van rondkijken

rondkijkenhele werkwoord — keek rondverleden tijd enkelvoud — keken rondverleden tijd meervoud — rondgekekenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kijk rond keek rond
jij kijkt rond keek rond
hij, zij, het kijkt rond keek rond
wij kijken rond keken rond
jullie kijken rond keken rond
zij kijken rond keken rond
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is rondgekeken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was rondgekeken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd rondgekeken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt rondgekeken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal rondgekeken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal rondgekeken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou rondgekeken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou rondgekeken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had rondgekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had rondgekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had rondgekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden rondgekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden rondgekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden rondgekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt rondgekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb rondgekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rondgekeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben rondgekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rondgekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben rondgekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt rondgekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rondgekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rondgekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
keek rond verleden tijd
kijk rond gebiedende wijs
rond te kijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
rond te zullen kijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
rond zal kijken bijzin, toekomende tijd
rond zou kijken bijzin, voorwaardelijk
rond zouden kijken bijzin, voorwaardelijk
rond zoudt kijken bijzin, voorwaardelijk
rond zullen kijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
rond zullen kijken bijzin, toekomende tijd
rond zult kijken bijzin, toekomende tijd
rondgekeken verleden tijd, deelwoord
rondgekeken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
rondgekeken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
rondkeek bijzin, verleden tijd
rondkeekt bijzin, verleden tijd
rondkeken bijzin, verleden tijd
rondkijk bijzin, tegenwoordige tijd
rondkijkend onvoltooid, deelwoord
rondkijkt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben rondgekeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rondkijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal rondgekeken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal rondgekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal rondgekeken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rondkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rondkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rondkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal rondkijken bijzin, toekomende tijd
zou rondgekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou rondgekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou rondgekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rondkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rondkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rondkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou rondkijken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) rondkijken rond zou(dt) kijken bijzin, voorwaardelijk
zouden rondgekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden rondgekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden rondgekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rondkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rondkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rondkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden rondkijken bijzin, voorwaardelijk
zoudt rondgekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rondkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt rondkijken bijzin, voorwaardelijk
zullen rondgekeken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen rondgekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen rondgekeken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rondkijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rondkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rondkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rondkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen rondkijken bijzin, toekomende tijd
zult rondgekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rondkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult rondkijken bijzin, toekomende tijd
zult/zal rondkijken rond zult/zal kijken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van rond en kijken

Woordfamilie van rondkijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
keek rond verleden tijd rondkijken
keken rond aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rondkijken
kijk rond gebiedende wijs rondkijken
kijke rond woordvorm rondkijken
kijken rond aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon rondkijken
kijkt rond aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rondkijken
rondgekeken voltooid deelwoord rondkijken
rondkeek subordinate-clause, verleden tijd rondkijken
rondkeken subordinate-clause, verleden tijd rondkijken
rondkijk subordinate-clause, tegenwoordige tijd rondkijken
rondkijke with-subordinate-clause rondkijken
rondkijkend onvoltooid deelwoord rondkijken
rondkijkende woordvorm rondkijken
rondkijkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd rondkijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rondkijken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over rondkijken

Wat betekent rondkijken?
Rondkijken is een werkwoord. Het woord betekent: de blik onderzoekend in verschillende richtingen richten. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je rondkijken?
Je vervoegt rondkijken als volgt: het voltooid deelwoord is rondgekeken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rondkijken is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. K 3
  6. I 1
  7. J 4
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rondkijken levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. K 3
  6. I 2
  7. J 4
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rondkijken in het kort

rondkijken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van rondkijken zijn 55 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort rondkijken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

rondkijken: de blik onderzoekend in verschillende richtingen richten
Deel rondkijken — standaardnederlands.nl