rondhout
zelfstandig naamwoordBetekenis
- alle masten, stengen en ra's behorende tot de vaste uitrusting van een zeilschip
- een onbewerkt hout dat in de handel komt
- een rond stuk hout
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rondhouten | meervoud |
| rondhoutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rondhoutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van rond en hout
Woordfamilie van rondhout
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rondhouten | meervoud | rondhout |
| rondhoutje | verkleinwoord | rondhout |
| rondhoutjes | verkleinwoord meervoud | rondhout |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rondhout zijn vastgelegd.