rolschaatsen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈrɔlsxatsə(n)Betekenis
- het zich voortbewegen op ondergebonden wieltjes
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je rolschaatsen uit?
/ˈrɔlsxatsən/
Rolschaatsen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɔ | bot |
| l | land |
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van rolschaatsen
rolschaatsenhele werkwoord — rolschaatsteverleden tijd enkelvoud — rolschaatstenverleden tijd meervoud — gerolschaatstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rolschaats | rolschaatste |
| jij | rolschaatst | rolschaatste |
| hij, zij, het | rolschaatst | rolschaatste |
| wij | rolschaatsen | rolschaatsten |
| jullie | rolschaatsen | rolschaatsten |
| zij | rolschaatsen | rolschaatsten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gerolschaatst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gerolschaatst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gerolschaatst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gerolschaatst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gerolschaatst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gerolschaatst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gerolschaatst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gerolschaatst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gerolschaatst | verleden tijd, deelwoord |
| gerolschaatst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerolschaatst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gerolschaatst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gerolschaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gerolschaatst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gerolschaatst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gerolschaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gerolschaatst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gerolschaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gerolschaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerolschaatst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gerolschaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerolschaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gerolschaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gerolschaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerolschaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerolschaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rolschaats | gebiedende wijs |
| rolschaatse | aanvoegende wijs |
| rolschaatsend | onvoltooid, deelwoord |
| rolschaatste | verleden tijd |
| te hebben gerolschaatst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te rolschaatsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rolschaatsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gerolschaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerolschaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerolschaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rolschaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rolschaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rolschaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gerolschaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerolschaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerolschaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rolschaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rolschaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rolschaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerolschaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerolschaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerolschaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rolschaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rolschaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rolschaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerolschaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rolschaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerolschaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerolschaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerolschaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rolschaatsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rolschaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rolschaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rolschaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gerolschaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult rolschaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord rolschaats
Herkomst
Afgeleid van rolschaats met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van rolschaatsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerolschaatst | voltooid deelwoord | rolschaatsen |
| rolschaatse | aanvoegende wijs | rolschaatsen |
| rolschaatsend | onvoltooid deelwoord | rolschaatsen |
| rolschaatsende | woordvorm | rolschaatsen |
| rolschaatst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | rolschaatsen |
| rolschaatste | verleden tijd | rolschaatsen |
| rolschaatsten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | rolschaatsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rolschaatsen zijn vastgelegd.