Naar de inhoud

rodelen

op een bepaald soort slede een berghelling afsnellen

rodelen

werkwoord

Betekenis

  1. op een bepaald soort slede een berghelling afsnellen

Vervoeging van rodelen

rodelenhele werkwoord — rodeldeverleden tijd enkelvoud — rodeldenverleden tijd meervoud — gerodeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rodel rodelde
jij rodelt rodelde
hij, zij, het rodelt rodelde
wij rodelen rodelden
jullie rodelen rodelden
zij rodelen rodelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gerodeld verleden tijd, deelwoord
gerodeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerodeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerodeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerodeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerodeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerodeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerodeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerodeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerodeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerodeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerodeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerodeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerodeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerodeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerodeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerodeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerodeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rodel gebiedende wijs
rodelde verleden tijd
rodele aanvoegende wijs
rodelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gerodeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te rodelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rodelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gerodeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerodeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerodeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rodelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rodelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rodelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gerodeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerodeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerodeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rodelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rodelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rodelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerodeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerodeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerodeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rodelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rodelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rodelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerodeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rodelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerodeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerodeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerodeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rodelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rodelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rodelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rodelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerodeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rodelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘een helling af sleeën’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1914

Woordfamilie van rodelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerodeld voltooid deelwoord rodelen
rodel gebiedende wijs rodelen
rodelde verleden tijd rodelen
rodelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rodelen
rodele aanvoegende wijs rodelen
rodelend onvoltooid deelwoord rodelen
rodelende woordvorm rodelen
rodelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rodelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rodelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over rodelen

Wat is de betekenis van rodelen?
Rodelen is een werkwoord. De betekenis is: op een bepaald soort slede een berghelling afsnellen.
Hoe vervoeg ik rodelen?
Zo vervoeg je rodelen zo: de tegenwoordige tijd is rodel, de verleden tijd is rodelde en het voltooid deelwoord is gerodeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rodelen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rodelen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 91 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 91 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

rodelen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

rodelen in het kort

rodelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van rodelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort rodelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

rodelen: op een bepaald soort slede een berghelling afsnellen
Deel rodelen — standaardnederlands.nl