rodelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die rodelt (met een slee de helling afstormt)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rodelaars | meervoud |
| rodelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rodelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van rodelen met het achtervoegsel -aar
Woordfamilie van rodelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rodelaars | meervoud | rodelaar |
| rodelaartje | verkleinwoord | rodelaar |
| rodelaartjes | verkleinwoord meervoud | rodelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rodelaar zijn vastgelegd.