ritme
zelfstandig naamwoord ˈrɪtməBetekenis
- een zich in de tijd herhalend patroon van geluiden
- een zich in de tijd herhalend patroon van handelingen of gebeurtenissen
Hoe spreek je ritme uit?
/ˈrɪtmə/
Ritme bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| m | maan |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ritmen | meervoud |
| ritmes | meervoud |
| ritmetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ritmetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘wisseling in beweging’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1734
Woordfamilie van ritme
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ritmen | meervoud | ritme |
| ritmes | meervoud | ritme |
| ritmetje | verkleinwoord | ritme |
| ritmetjes | verkleinwoord meervoud | ritme |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ritme zijn vastgelegd.