ritmeester
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een rang in de hiërarchie bij de cavalerie net boven die van luitenant
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ritmeesters | meervoud |
| ritmeestertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ritmeestertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘officier van de cavalerie’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1588
Woordfamilie van ritmeester
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ritmeesters | meervoud | ritmeester |
| ritmeestertje | verkleinwoord | ritmeester |
| ritmeestertjes | verkleinwoord meervoud | ritmeester |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ritmeester zijn vastgelegd.