Naar de inhoud

risten

tot een ris bijeenvoegen

risten is meer dan één woord

risten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. tot een ris bijeenvoegen
  2. van de ris afnemen

Vervoeging van risten

ristenhele werkwoord — ristteverleden tijd enkelvoud — risttenverleden tijd meervoud — geristvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rist ristte
jij rist ristte
hij, zij, het rist ristte
wij risten ristten
jullie risten ristten
zij risten ristten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gerist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gerist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gerist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gerist impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gerist impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gerist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gerist worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gerist zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gerist worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gerist zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gerist verleden tijd, deelwoord
gerist te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerist te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerist te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerist te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerist te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerist worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerist zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerist zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerist zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerist zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gerist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gerist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rist gebiedende wijs
riste aanvoegende wijs
ristend onvoltooid, deelwoord
ristte verleden tijd
te hebben gerist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te risten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen risten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gerist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gerist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerist voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gerist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gerist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gerist voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gerist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gerist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gerist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gerist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gerist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gerist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gerist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gerist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gerist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gerist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gerist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gerist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gerist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gerist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gerist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gerist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal risten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal risten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal risten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gerist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gerist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gerist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gerist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gerist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gerist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gerist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou risten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou risten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou risten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gerist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gerist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden risten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden risten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden risten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt risten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gerist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gerist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerist zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen risten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen risten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen risten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen risten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerist zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult risten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord rist

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van rissen

Vervoeging van risten

ristenhele werkwoord

Woordfamilie van risten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ristend onvoltooid deelwoord risten
ristende woordvorm risten
ristte verleden tijd risten
ristten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon risten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van risten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over risten

Wat is de betekenis van risten?
Risten is een werkwoord. De betekenis is: tot een ris bijeenvoegen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik risten?
Zo vervoeg je risten zo: de tegenwoordige tijd is rist, de verleden tijd is ristte en het voltooid deelwoord is gerist. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord risten is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. I 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

risten levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 42 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. I 2
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 42 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

risten telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

risten in het kort

risten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van risten staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort risten bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

risten: tot een ris bijeenvoegen
Deel risten — standaardnederlands.nl