rinkel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈrɪŋkəlBetekenis
- plaatje van blik, koper of ijzer waarmee men geluid kan maken
Hoe spreek je rinkel uit?
/ˈrɪŋkəl/
Rinkel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- plaatje van blik, koper of ijzer waarmee men geluid kan maken; ook wel gebruikt voor een ringvormige deurklopper
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rinkels | meervoud |
| rinkeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rinkeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rinkelen
- gebiedende wijs van rinkelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rinkelen
Vervoeging van rinkel
rinkelhele werkwoord
Herkomst
zn: afgeleid van rinkelen ww (zonder -en)
Woordfamilie van rinkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rinkels | meervoud | rinkel |
| rinkeltje | verkleinwoord | rinkel |
| rinkeltjes | verkleinwoord meervoud | rinkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rinkel zijn vastgelegd.