rinkelrooien
werkwoordBetekenis
- aan de zwier zijn, van kroeg tot kroeg gaan, slechte huizen bezoeken
Vervoeging van rinkelrooien
rinkelrooienhele werkwoord — rinkelrooideverleden tijd enkelvoud — rinkelrooidenverleden tijd meervoud — gerinkelrooidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rinkelrooi | rinkelrooide |
| jij | rinkelrooit | rinkelrooide |
| hij, zij, het | rinkelrooit | rinkelrooide |
| wij | rinkelrooien | rinkelrooiden |
| jullie | rinkelrooien | rinkelrooiden |
| zij | rinkelrooien | rinkelrooiden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gerinkelrooid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gerinkelrooid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gerinkelrooid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gerinkelrooid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gerinkelrooid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gerinkelrooid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gerinkelrooid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gerinkelrooid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gerinkelrooid | verleden tijd, deelwoord |
| gerinkelrooid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerinkelrooid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gerinkelrooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gerinkelrooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gerinkelrooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gerinkelrooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gerinkelrooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gerinkelrooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gerinkelrooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gerinkelrooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerinkelrooid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gerinkelrooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerinkelrooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gerinkelrooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gerinkelrooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerinkelrooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerinkelrooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rinkelrooi | gebiedende wijs |
| rinkelrooide | verleden tijd |
| rinkelrooie | aanvoegende wijs |
| rinkelrooiend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gerinkelrooid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te rinkelrooien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rinkelrooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gerinkelrooid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerinkelrooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerinkelrooid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rinkelrooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rinkelrooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rinkelrooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gerinkelrooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerinkelrooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerinkelrooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rinkelrooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rinkelrooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rinkelrooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerinkelrooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerinkelrooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerinkelrooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rinkelrooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rinkelrooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rinkelrooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerinkelrooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rinkelrooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerinkelrooid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerinkelrooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerinkelrooid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rinkelrooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rinkelrooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rinkelrooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rinkelrooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gerinkelrooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult rinkelrooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘pierewaaien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1560
Woordfamilie van rinkelrooien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerinkelrooid | voltooid deelwoord | rinkelrooien |
| rinkelrooi | gebiedende wijs | rinkelrooien |
| rinkelrooide | verleden tijd | rinkelrooien |
| rinkelrooiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | rinkelrooien |
| rinkelrooie | aanvoegende wijs | rinkelrooien |
| rinkelrooiend | onvoltooid deelwoord | rinkelrooien |
| rinkelrooiende | woordvorm | rinkelrooien |
| rinkelrooit | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | rinkelrooien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rinkelrooien zijn vastgelegd.