rimpel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een oppervlakkige vouw of golving, in het bijzonder van de menselijke huid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rimpels | meervoud |
| rimpeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rimpeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rimpelen
- gebiedende wijs van rimpelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rimpelen
Vervoeging van rimpel
rimpelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘plooi’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1554
Woordfamilie van rimpel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rimpels | meervoud | rimpel |
| rimpeltje | verkleinwoord | rimpel |
| rimpeltjes | verkleinwoord meervoud | rimpel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rimpel zijn vastgelegd.