Naar de inhoud

rimpelen

plooien of golven in het oppervlak vormen

rimpelen

werkwoord /'rɪmpələ(n)/

Betekenis

  1. plooien of golven in het oppervlak vormen
  2. tweede betekenisomschrijving.
  3. enz.

Hoe spreek je rimpelen uit?

/ˈrɪmpələn/

Rimpelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈrɪmpələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
ɪ pit
m maan
p pak
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van rimpelen

rimpelenhele werkwoord — rimpeldeverleden tijd enkelvoud — rimpeldenverleden tijd meervoud — gerimpeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rimpel rimpelde
jij rimpelt rimpelde
hij, zij, het rimpelt rimpelde
wij rimpelen rimpelden
jullie rimpelen rimpelden
zij rimpelen rimpelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gerimpeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gerimpeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gerimpeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gerimpeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gerimpeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gerimpeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gerimpeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gerimpeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gerimpeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gerimpeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gerimpeld verleden tijd, deelwoord
gerimpeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerimpeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerimpeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerimpeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerimpeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerimpeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerimpeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerimpeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerimpeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerimpeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerimpeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerimpeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerimpeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerimpeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerimpeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerimpeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerimpeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerimpeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerimpeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerimpeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerimpeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerimpeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerimpeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerimpeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerimpeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gerimpeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gerimpeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rimpel gebiedende wijs
rimpelde verleden tijd
rimpele aanvoegende wijs
rimpelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gerimpeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te rimpelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rimpelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gerimpeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerimpeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gerimpeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerimpeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gerimpeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gerimpeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gerimpeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gerimpeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gerimpeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gerimpeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gerimpeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gerimpeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gerimpeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gerimpeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gerimpeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gerimpeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gerimpeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gerimpeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gerimpeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gerimpeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gerimpeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerimpeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerimpeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gerimpeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerimpeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gerimpeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerimpeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rimpelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rimpelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rimpelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gerimpeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gerimpeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gerimpeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gerimpeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gerimpeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerimpeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerimpeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gerimpeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerimpeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gerimpeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerimpeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerimpeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerimpeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rimpelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rimpelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rimpelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerimpeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerimpeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerimpeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerimpeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gerimpeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gerimpeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerimpeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerimpeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerimpeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rimpelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rimpelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rimpelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerimpeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerimpeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerimpeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rimpelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerimpeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerimpeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerimpeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerimpeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gerimpeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gerimpeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerimpeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerimpeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerimpeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rimpelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rimpelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rimpelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rimpelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerimpeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerimpeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerimpeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rimpelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van rimpel met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van rimpelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
rimpelde verleden tijd rimpelen
rimpelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rimpelen
rimpele aanvoegende wijs rimpelen
rimpelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rimpelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rimpelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over rimpelen

Hoe spreek je rimpelen uit?
De uitspraak van rimpelen is: /'rɪmpələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent rimpelen?
Rimpelen is een werkwoord. Het woord betekent: plooien of golven in het oppervlak vormen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je rimpelen?
Je vervoegt rimpelen als volgt: de tegenwoordige tijd is rimpel, de verleden tijd is rimpelde en het voltooid deelwoord is gerimpeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rimpelen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. I 1
  3. M 3
  4. P 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rimpelen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. I 2
  3. M 3
  4. P 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rimpelen in het kort

rimpelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van rimpelen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort rimpelen bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

rimpelen: plooien of golven in het oppervlak vormen
Deel rimpelen — standaardnederlands.nl