rimboe
zelfstandig naamwoordBetekenis
- ontoegankelijke wildernis
- oerwoud
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rimboes | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘wildernis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1875
Woordfamilie van rimboe
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rimboes | meervoud | rimboe |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rimboe zijn vastgelegd.