revitaliseren
werkwoordBetekenis
- weer tot leven brengen, nieuw leven inblazen
Vervoeging van revitaliseren
revitaliserenhele werkwoord — revitaliseerdeverleden tijd enkelvoud — revitaliseerdenverleden tijd meervoud — gerevitaliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | revitaliseer | revitaliseerde |
| jij | revitaliseert | revitaliseerde |
| hij, zij, het | revitaliseert | revitaliseerde |
| wij | revitaliseren | revitaliseerden |
| jullie | revitaliseren | revitaliseerden |
| zij | revitaliseren | revitaliseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gerevitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gerevitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gerevitaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gerevitaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gerevitaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gerevitaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gerevitaliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gerevitaliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gerevitaliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gerevitaliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gerevitaliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gerevitaliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerevitaliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerevitaliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerevitaliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerevitaliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerevitaliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerevitaliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerevitaliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerevitaliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerevitaliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gerevitaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gerevitaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gerevitaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gerevitaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gerevitaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gerevitaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gerevitaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gerevitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerevitaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gerevitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerevitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gerevitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gerevitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerevitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerevitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gerevitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gerevitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| revitaliseer | gebiedende wijs |
| revitaliseerde | verleden tijd |
| revitalisere | aanvoegende wijs |
| revitaliserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gerevitaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te revitaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen revitaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gerevitaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerevitaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gerevitaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerevitaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gerevitaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gerevitaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gerevitaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gerevitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gerevitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gerevitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gerevitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gerevitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gerevitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gerevitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gerevitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gerevitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gerevitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gerevitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gerevitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gerevitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gerevitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerevitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerevitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gerevitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerevitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gerevitaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerevitaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal revitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal revitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal revitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gerevitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gerevitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gerevitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gerevitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gerevitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerevitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerevitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gerevitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerevitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gerevitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerevitaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerevitaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerevitaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou revitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou revitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou revitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerevitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerevitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerevitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerevitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gerevitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gerevitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerevitaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerevitaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerevitaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden revitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden revitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden revitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerevitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerevitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerevitaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt revitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerevitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerevitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerevitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerevitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gerevitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gerevitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerevitaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerevitaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerevitaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen revitaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen revitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen revitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen revitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gerevitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gerevitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gerevitaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult revitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afkomstig van het Franse revitaliser (met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van revitaliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerevitaliseerd | voltooid deelwoord | revitaliseren |
| gerevitaliseerde | woordvorm | revitaliseren |
| revitaliseer | gebiedende wijs | revitaliseren |
| revitaliseerde | verleden tijd | revitaliseren |
| revitaliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | revitaliseren |
| revitaliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | revitaliseren |
| revitalisere | aanvoegende wijs | revitaliseren |
| revitaliserend | onvoltooid deelwoord | revitaliseren |
| revitaliserende | woordvorm | revitaliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van revitaliseren zijn vastgelegd.