revisor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- corrector, herziener, controleur
- controleur
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| revisoren | meervoud |
| revisors | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘controleur, herziener’ voor het eerst aangetroffen in 1726
Woordfamilie van revisor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| revisoren | meervoud | revisor |
| revisors | meervoud | revisor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van revisor zijn vastgelegd.