Naar de inhoud

reppen

vermelden, spreken over

reppen

werkwoord

Betekenis

  1. vermelden, spreken over
  2. haast maken

Vervoeging van reppen

reppenhele werkwoord — repteverleden tijd enkelvoud — reptenverleden tijd meervoud — gereptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rep repte
jij rept repte
hij, zij, het rept repte
wij reppen repten
jullie reppen repten
zij reppen repten
Alle 97 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gerept impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gerept impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gerept impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gerept impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gerept worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gerept zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gerept worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gerept zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gerept verleden tijd, deelwoord
gerept te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerept zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerept voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerept voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerept actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rep gebiedende wijs
rep me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
rep u/je , rept je gebiedende wijs
reppe aanvoegende wijs
reppe zich aanvoegende wijs
reppen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
reppen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
reppen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
reppend onvoltooid, deelwoord
rept je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
rept u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
rept u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
rept zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
rept zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
rept zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
repte verleden tijd
repte je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
repte me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
repte u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
repte u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
repte zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
repte zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
repte zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
repten je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
repten ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
repten zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
te hebben gerept actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te reppen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen reppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gerept hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerept hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me reppen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal reppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal reppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal reppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich reppen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je reppen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gerept hebben verleden tijd
zich reppend onvoltooid, deelwoord
zou gerept hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerept hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou reppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou reppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou reppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerept hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerept hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden reppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden reppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden reppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt reppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerept hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerept hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen je reppen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons reppen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen reppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen reppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen reppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen reppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen zich reppen derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult gerept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult reppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult u reppen tweede persoon
zult u reppen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u reppen tweede persoon
zult zich/u reppen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Herkomst

In de betekenis van ‘(zich...) zich haasten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477

Woordfamilie van reppen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerept voltooid deelwoord reppen
rep gebiedende wijs reppen
reppe aanvoegende wijs reppen
reppend onvoltooid deelwoord reppen
reppende woordvorm reppen
rept aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon reppen
repte verleden tijd reppen
repten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon reppen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reppen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over reppen

Wat is de betekenis van reppen?
Reppen is een werkwoord. De betekenis is: vermelden, spreken over. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik reppen?
Zo vervoeg je reppen zo: de tegenwoordige tijd is rep, de verleden tijd is repte en het voltooid deelwoord is gerept. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord reppen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. P 3
  4. P 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

reppen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. P 4
  4. P 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

reppen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

reppen in het kort

reppen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van reppen staan er 68 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort reppen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

reppen: vermelden, spreken over
Deel reppen — standaardnederlands.nl