Naar de inhoud

repatriëren

naar het vaderland terugkeren.

repatriëren

werkwoord

Betekenis

  1. naar het vaderland terugkeren.
  2. weer naar het vaderland terugbrengen
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van repatriëren

repatriërenhele werkwoord — repatrieerdeverleden tijd enkelvoud — repatrieerdenverleden tijd meervoud — gerepatrieerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik repatrieer repatrieerde
jij repatrieert repatrieerde
hij, zij, het repatrieert repatrieerde
wij repatriëren repatrieerden
jullie repatriëren repatrieerden
zij repatriëren repatrieerden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben gerepatrieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gerepatrieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gerepatrieerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was gerepatrieerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd gerepatrieerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt gerepatrieerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gerepatrieerd worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gerepatrieerd zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou gerepatrieerd worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou gerepatrieerd zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
gerepatrieerd verleden tijd, deelwoord
gerepatrieerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerepatrieerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerepatrieerd te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerepatrieerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerepatrieerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerepatrieerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerepatrieerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerepatrieerd zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerepatrieerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerepatrieerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben gerepatrieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is gerepatrieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gerepatrieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
repatrieer gebiedende wijs
repatrieerde verleden tijd
repatriëre aanvoegende wijs
repatriërend onvoltooid, deelwoord
te hebben/zijn gerepatrieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te repatriëren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen repatriëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gerepatrieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerepatrieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gerepatrieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerepatrieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gerepatrieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gerepatrieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gerepatrieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gerepatrieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gerepatrieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gerepatrieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gerepatrieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gerepatrieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gerepatrieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gerepatrieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gerepatrieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gerepatrieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gerepatrieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gerepatrieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gerepatrieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gerepatrieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gerepatrieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerepatrieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gerepatrieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerepatrieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal repatriëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal repatriëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal repatriëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gerepatrieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gerepatrieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gerepatrieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gerepatrieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gerepatrieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gerepatrieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerepatrieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gerepatrieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerepatrieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerepatrieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerepatrieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou repatriëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou repatriëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou repatriëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerepatrieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gerepatrieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gerepatrieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerepatrieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerepatrieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerepatrieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden repatriëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden repatriëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden repatriëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerepatrieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerepatrieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt repatriëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerepatrieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gerepatrieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gerepatrieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerepatrieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerepatrieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerepatrieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen repatriëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen repatriëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen repatriëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen repatriëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerepatrieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerepatrieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult repatriëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘naar zijn vaderland terugkeren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1639

Woordfamilie van repatriëren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerepatrieerd voltooid deelwoord repatriëren
gerepatrieerde woordvorm repatriëren
repatrieer gebiedende wijs repatriëren
repatrieerde verleden tijd repatriëren
repatrieerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon repatriëren
repatrieert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon repatriëren
repatriëre aanvoegende wijs repatriëren
repatriërend onvoltooid deelwoord repatriëren
repatriërende woordvorm repatriëren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van repatriëren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over repatriëren

Wat is de betekenis van repatriëren?
Repatriëren is een werkwoord. De betekenis is: naar het vaderland terugkeren. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik repatriëren?
Zo vervoeg je repatriëren zo: de tegenwoordige tijd is repatrieer, de verleden tijd is repatrieerde en het voltooid deelwoord is gerepatrieerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord repatriëren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. P 3
  4. A 1
  5. T 2
  6. R 2
  7. I 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

repatriëren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. P 4
  4. A 1
  5. T 2
  6. R 2
  7. I 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

repatriëren in het kort

repatriëren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van repatriëren staan er 63 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort repatriëren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

repatriëren: naar het vaderland terugkeren.
Deel repatriëren — standaardnederlands.nl