releveren
werkwoordBetekenis
- de aandacht bijzonder vestigen op, beter doen uitkomen, accentueren
- ontheffen, vrijspreken
Vervoeging van releveren
releverenhele werkwoord — releveerdeverleden tijd enkelvoud — releveerdenverleden tijd meervoud — gereleveerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | releveer | releveerde |
| jij | releveert | releveerde |
| hij, zij, het | releveert | releveerde |
| wij | releveren | releveerden |
| jullie | releveren | releveerden |
| zij | releveren | releveerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gereleveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gereleveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gereleveerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gereleveerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gereleveerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gereleveerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gereleveerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gereleveerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gereleveerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gereleveerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gereleveerd | verleden tijd, deelwoord |
| gereleveerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereleveerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereleveerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereleveerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereleveerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereleveerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereleveerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereleveerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereleveerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereleveerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gereleveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gereleveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gereleveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gereleveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gereleveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gereleveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gereleveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gereleveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereleveerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gereleveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereleveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gereleveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gereleveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereleveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereleveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gereleveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gereleveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| releveer | gebiedende wijs |
| releveerde | verleden tijd |
| relevere | aanvoegende wijs |
| releverend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gereleveerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te releveren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen releveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gereleveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gereleveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gereleveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gereleveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gereleveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gereleveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gereleveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gereleveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gereleveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gereleveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gereleveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gereleveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gereleveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gereleveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gereleveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gereleveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gereleveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gereleveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gereleveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gereleveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gereleveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereleveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gereleveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gereleveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereleveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gereleveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereleveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal releveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal releveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal releveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gereleveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gereleveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gereleveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gereleveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gereleveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereleveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereleveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gereleveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereleveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gereleveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereleveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereleveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereleveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou releveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou releveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou releveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gereleveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereleveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereleveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereleveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gereleveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gereleveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereleveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereleveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereleveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden releveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden releveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden releveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gereleveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gereleveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gereleveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt releveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gereleveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereleveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereleveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereleveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gereleveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gereleveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereleveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereleveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereleveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen releveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen releveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen releveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen releveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gereleveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gereleveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gereleveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult releveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ontheffen, doen uitkomen’ voor het eerst aangetroffen in 1464
Woordfamilie van releveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gereleveerd | voltooid deelwoord | releveren |
| releveer | gebiedende wijs | releveren |
| releveerde | verleden tijd | releveren |
| releveerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | releveren |
| releveert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | releveren |
| relevere | aanvoegende wijs | releveren |
| releverend | onvoltooid deelwoord | releveren |
| releverende | woordvorm | releveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van releveren zijn vastgelegd.