relict
zelfstandig naamwoordBetekenis
- overblijfsel uit vroegere tijd
zelfstandig naamwoord — neuter
- overblijfsel uit vroegere tijd, nagelaten zaak, voorwerp etc. van de overledene
- een vaak nog gangbaar, maar weinig verbreid taalverschijnsel dat in een oudere taalfase veel vaker voorkwam
- soort die ooit talrijk was of een groot verspreidingsgebied had, maar later gekenmerkt wordt door isolatie of een versnipperd of beperkt leefgebied
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| relicten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit Duits Relikt, voor het eerst aangetroffen in 1832
Woordfamilie van relict
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| relicten | meervoud | relict |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van relict zijn vastgelegd.