reiken
werkwoordBetekenis
- ~ naar: de armen uitstrekken tot iets
- ~ tot (aan): werkzaam of aanwezig zijn tot een bepaalde grens
Vervoeging van reiken
reikenhele werkwoord — reikteverleden tijd enkelvoud — reiktenverleden tijd meervoud — gereiktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | reik | reikte |
| jij | reikt | reikte |
| hij, zij, het | reikt | reikte |
| wij | reiken | reikten |
| jullie | reiken | reikten |
| zij | reiken | reikten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gereikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gereikt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gereikt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gereikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gereikt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gereikt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gereikt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gereikt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gereikt | verleden tijd, deelwoord |
| gereikt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereikt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereikt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereikt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereikt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereikt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereikt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereikt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereikt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereikt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gereikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gereikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gereikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gereikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gereikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gereikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gereikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| reik | gebiedende wijs |
| reike | aanvoegende wijs |
| reikend | onvoltooid, deelwoord |
| reikte | verleden tijd |
| te hebben gereikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te reiken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen reiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gereikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gereikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gereikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gereikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gereikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gereikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gereikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gereikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gereikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gereikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gereikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gereikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gereikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gereikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gereikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gereikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gereikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gereikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gereikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gereikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gereikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gereikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gereikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal reiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal reiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal reiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gereikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou reiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou reiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou reiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gereikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden reiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden reiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden reiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gereikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gereikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt reiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gereikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereikt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen reiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen reiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen reiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen reiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gereikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gereikt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult reiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘(de hand) uitstrekken naar’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van reiken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gereikt | voltooid deelwoord | reiken |
| gereikte | woordvorm | reiken |
| reik | gebiedende wijs | reiken |
| reike | aanvoegende wijs | reiken |
| reikend | onvoltooid deelwoord | reiken |
| reikende | woordvorm | reiken |
| reikt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | reiken |
| reikte | verleden tijd | reiken |
| reikten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | reiken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reiken zijn vastgelegd.