regenpijp
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een verticale buis die aan een dakgoot is bevestigd en dient om het hemelwater dat op het dak valt, af te voeren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| regenpijpen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van regen en pijp
Woordfamilie van regenpijp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| regenpijpen | meervoud | regenpijp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van regenpijp zijn vastgelegd.