reconstrueren
werkwoordBetekenis
- opnieuw opbouwen
- een gebeurtenis volledig herbekijken
werkwoord
- iets opnieuw opbouwen zoals het vroeger was geweest transitive
Vervoeging van reconstrueren
reconstruerenhele werkwoord — reconstrueerdeverleden tijd enkelvoud — reconstrueerdenverleden tijd meervoud — gereconstrueerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | reconstrueer | reconstrueerde |
| jij | reconstrueert | reconstrueerde |
| hij, zij, het | reconstrueert | reconstrueerde |
| wij | reconstrueren | reconstrueerden |
| jullie | reconstrueren | reconstrueerden |
| zij | reconstrueren | reconstrueerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gereconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gereconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gereconstrueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gereconstrueerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gereconstrueerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gereconstrueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gereconstrueerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gereconstrueerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gereconstrueerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gereconstrueerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gereconstrueerd | verleden tijd, deelwoord |
| gereconstrueerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereconstrueerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereconstrueerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereconstrueerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereconstrueerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereconstrueerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereconstrueerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereconstrueerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereconstrueerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereconstrueerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gereconstrueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gereconstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gereconstrueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gereconstrueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gereconstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gereconstrueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gereconstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gereconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereconstrueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gereconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gereconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gereconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gereconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gereconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| reconstrueer | gebiedende wijs |
| reconstrueerde | verleden tijd |
| reconstruere | aanvoegende wijs |
| reconstruerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gereconstrueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te reconstrueren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen reconstrueren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gereconstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gereconstrueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gereconstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gereconstrueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gereconstrueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gereconstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gereconstrueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gereconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gereconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gereconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gereconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gereconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gereconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gereconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gereconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gereconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gereconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gereconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gereconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gereconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gereconstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereconstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gereconstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gereconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gereconstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereconstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal reconstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal reconstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal reconstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gereconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gereconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gereconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gereconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gereconstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereconstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereconstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gereconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gereconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereconstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereconstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereconstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou reconstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou reconstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou reconstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gereconstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereconstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereconstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gereconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gereconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereconstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereconstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereconstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden reconstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden reconstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden reconstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gereconstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gereconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gereconstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt reconstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gereconstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereconstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereconstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gereconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gereconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereconstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereconstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereconstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen reconstrueren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen reconstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen reconstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen reconstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gereconstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gereconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gereconstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult reconstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse reconstruire (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van reconstrueren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gereconstrueerd | voltooid deelwoord | reconstrueren |
| gereconstrueerde | woordvorm | reconstrueren |
| reconstrueer | gebiedende wijs | reconstrueren |
| reconstrueerde | verleden tijd | reconstrueren |
| reconstrueerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | reconstrueren |
| reconstrueert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | reconstrueren |
| reconstruere | aanvoegende wijs | reconstrueren |
| reconstruerend | onvoltooid deelwoord | reconstrueren |
| reconstruerende | woordvorm | reconstrueren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reconstrueren zijn vastgelegd.