reconstructie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- herstel in de oorspronkelijke gedaante (tevens resultaat van deze samenvoeging), wederopbouw
- voorstelling waardoor men feiten of handelingen uit het verleden weer tot leven tracht te wekken
- reorganisatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| reconstructies | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘wederopbouw’ voor het eerst aangetroffen in 1853
Woordfamilie van reconstructie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| reconstructies | meervoud | reconstructie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reconstructie zijn vastgelegd.