Naar de inhoud

reciteren

een stuk voordragen of opzeggen

reciteren

werkwoord

Betekenis

  1. een stuk voordragen of opzeggen

Vervoeging van reciteren

reciterenhele werkwoord — reciteerdeverleden tijd enkelvoud — reciteerdenverleden tijd meervoud — gereciteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik reciteer reciteerde
jij reciteert reciteerde
hij, zij, het reciteert reciteerde
wij reciteren reciteerden
jullie reciteren reciteerden
zij reciteren reciteerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gereciteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gereciteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gereciteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gereciteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gereciteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gereciteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gereciteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gereciteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gereciteerd verleden tijd, deelwoord
gereciteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereciteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gereciteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gereciteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gereciteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gereciteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gereciteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gereciteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gereciteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gereciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gereciteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gereciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gereciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gereciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gereciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gereciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gereciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
reciteer gebiedende wijs
reciteerde verleden tijd
recitere aanvoegende wijs
reciterend onvoltooid, deelwoord
te hebben gereciteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te reciteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen reciteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gereciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gereciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gereciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal reciteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal reciteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal reciteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gereciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gereciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gereciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou reciteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou reciteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou reciteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gereciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gereciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gereciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden reciteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden reciteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden reciteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gereciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt reciteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gereciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gereciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gereciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen reciteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen reciteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen reciteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen reciteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gereciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult reciteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voordragen’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Woordfamilie van reciteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gereciteerd voltooid deelwoord reciteren
gereciteerde woordvorm reciteren
reciteer gebiedende wijs reciteren
reciteerde verleden tijd reciteren
reciteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon reciteren
reciteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon reciteren
recitere aanvoegende wijs reciteren
reciterend onvoltooid deelwoord reciteren
reciterende woordvorm reciteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reciteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over reciteren

Wat betekent reciteren?
Reciteren is een werkwoord. Het woord betekent: een stuk voordragen of opzeggen.
Hoe vervoeg je reciteren?
Je vervoegt reciteren als volgt: de tegenwoordige tijd is reciteer, de verleden tijd is reciteerde en het voltooid deelwoord is gereciteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord reciteren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. I 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

reciteren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. I 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

reciteren in het kort

reciteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van reciteren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort reciteren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

reciteren: een stuk voordragen of opzeggen
Deel reciteren — standaardnederlands.nl