Naar de inhoud

rechtvaardigen

onderbouwen volgens bepaalde ethische beginselen

rechtvaardigen

werkwoord

Betekenis

  1. onderbouwen volgens bepaalde ethische beginselen
  2. van schuld vrijspreken

Vervoeging van rechtvaardigen

rechtvaardigenhele werkwoord — rechtvaardigdeverleden tijd enkelvoud — rechtvaardigdenverleden tijd meervoud — gerechtvaardigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rechtvaardig rechtvaardigde
jij rechtvaardigt rechtvaardigde
hij, zij, het rechtvaardigt rechtvaardigde
wij rechtvaardigen rechtvaardigden
jullie rechtvaardigen rechtvaardigden
zij rechtvaardigen rechtvaardigden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gerechtvaardigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gerechtvaardigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gerechtvaardigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gerechtvaardigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gerechtvaardigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gerechtvaardigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gerechtvaardigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gerechtvaardigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gerechtvaardigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gerechtvaardigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gerechtvaardigd verleden tijd, deelwoord
gerechtvaardigd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerechtvaardigd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerechtvaardigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerechtvaardigd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerechtvaardigd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerechtvaardigd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerechtvaardigd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerechtvaardigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerechtvaardigd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerechtvaardigd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerechtvaardigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerechtvaardigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerechtvaardigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerechtvaardigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerechtvaardigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerechtvaardigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerechtvaardigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerechtvaardigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerechtvaardigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerechtvaardigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerechtvaardigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerechtvaardigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerechtvaardigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerechtvaardigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerechtvaardigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gerechtvaardigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gerechtvaardigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rechtvaardig gebiedende wijs
rechtvaardigde verleden tijd
rechtvaardige aanvoegende wijs
rechtvaardigend onvoltooid, deelwoord
te hebben gerechtvaardigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te rechtvaardigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rechtvaardigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gerechtvaardigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerechtvaardigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gerechtvaardigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerechtvaardigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gerechtvaardigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gerechtvaardigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gerechtvaardigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gerechtvaardigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gerechtvaardigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gerechtvaardigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gerechtvaardigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gerechtvaardigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gerechtvaardigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gerechtvaardigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gerechtvaardigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gerechtvaardigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gerechtvaardigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gerechtvaardigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gerechtvaardigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gerechtvaardigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gerechtvaardigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerechtvaardigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerechtvaardigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gerechtvaardigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerechtvaardigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gerechtvaardigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerechtvaardigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rechtvaardigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rechtvaardigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rechtvaardigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gerechtvaardigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gerechtvaardigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gerechtvaardigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gerechtvaardigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gerechtvaardigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerechtvaardigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerechtvaardigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gerechtvaardigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerechtvaardigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gerechtvaardigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerechtvaardigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerechtvaardigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerechtvaardigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rechtvaardigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rechtvaardigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rechtvaardigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerechtvaardigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerechtvaardigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerechtvaardigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerechtvaardigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gerechtvaardigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gerechtvaardigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerechtvaardigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerechtvaardigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerechtvaardigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rechtvaardigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rechtvaardigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rechtvaardigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerechtvaardigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerechtvaardigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerechtvaardigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rechtvaardigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerechtvaardigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerechtvaardigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerechtvaardigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerechtvaardigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gerechtvaardigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gerechtvaardigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerechtvaardigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerechtvaardigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerechtvaardigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rechtvaardigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rechtvaardigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rechtvaardigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rechtvaardigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerechtvaardigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerechtvaardigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerechtvaardigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rechtvaardigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van recht en vaardigen

Woordfamilie van rechtvaardigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerechtvaardigd voltooid deelwoord rechtvaardigen
rechtvaardigde verleden tijd rechtvaardigen
rechtvaardigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rechtvaardigen
rechtvaardigend onvoltooid deelwoord rechtvaardigen
rechtvaardigende woordvorm rechtvaardigen
rechtvaardigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rechtvaardigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rechtvaardigen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over rechtvaardigen

Wat is de betekenis van rechtvaardigen?
Rechtvaardigen is een werkwoord. De betekenis is: onderbouwen volgens bepaalde ethische beginselen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik rechtvaardigen?
Zo vervoeg je rechtvaardigen zo: de tegenwoordige tijd is rechtvaardig, de verleden tijd is rechtvaardigde en het voltooid deelwoord is gerechtvaardigd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rechtvaardigen is 30 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. V 4
  7. A 1
  8. A 1
  9. R 2
  10. D 2
  11. I 1
  12. G 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 30 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rechtvaardigen levert met Wordfeud minimaal 31 en maximaal 123 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. V 4
  7. A 1
  8. A 1
  9. R 2
  10. D 2
  11. I 2
  12. G 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 31 zonder bonus
  16. 123 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rechtvaardigen in het kort

rechtvaardigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van rechtvaardigen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort rechtvaardigen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

rechtvaardigen: onderbouwen volgens bepaalde ethische beginselen
Deel rechtvaardigen — standaardnederlands.nl