receptor
zelfstandig naamwoord rəˈsɛptɔrBetekenis
- onderdeel dat signalen opvangt
- lichaamsdeel dat gevoelig is voor prikkels
- eiwit in het celmembraan, het cytoplasma of de celkern, waaraan een specifiek molecuul kan binden
Hoe spreek je receptor uit?
/rəˈsɛptɔr/
Receptor bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ə | de |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| p | pak |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| receptoren | meervoud |
| receptortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| receptortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van het Latijnse recipere (ontvangen) met het achtervoegsel -or
Woordfamilie van receptor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| receptoren | meervoud | receptor |
| receptortje | verkleinwoord | receptor |
| receptortjes | verkleinwoord meervoud | receptor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van receptor zijn vastgelegd.