rammel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈrɑməlBetekenis
- rammelaar
- slaag
Hoe spreek je rammel uit?
/ˈrɑməl/
Rammel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een of meer klappen bij een bestraffing of in een gevecht
- voorwerp met loszittende delen dat aan een handvat is bevestigd, zodat het bij zwaaien een onregelmatig geluid voortbrengt
- mannelijk konijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rammels | meervoud |
| rammeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rammeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rammelen
- gebiedende wijs van rammelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rammelen
Vervoeging van rammel
rammelhele werkwoord
Herkomst
zn [1]: naamwoord van handeling van rammelen ww (zonder -en)
Woordfamilie van rammel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rammels | meervoud | rammel |
| rammeltje | verkleinwoord | rammel |
| rammeltjes | verkleinwoord meervoud | rammel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rammel zijn vastgelegd.