raffineren
werkwoordBetekenis
- zuiveren, fijner maken, verfijnen
Vervoeging van raffineren
raffinerenhele werkwoord — raffineerdeverleden tijd enkelvoud — raffineerdenverleden tijd meervoud — geraffineerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | raffineer | raffineerde |
| jij | raffineert | raffineerde |
| hij, zij, het | raffineert | raffineerde |
| wij | raffineren | raffineerden |
| jullie | raffineren | raffineerden |
| zij | raffineren | raffineerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geraffineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geraffineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geraffineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geraffineerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geraffineerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geraffineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geraffineerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geraffineerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geraffineerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geraffineerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geraffineerd | verleden tijd, deelwoord |
| geraffineerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geraffineerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geraffineerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geraffineerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geraffineerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geraffineerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geraffineerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geraffineerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geraffineerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geraffineerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geraffineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geraffineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geraffineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geraffineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geraffineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geraffineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geraffineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geraffineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geraffineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geraffineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geraffineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geraffineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geraffineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geraffineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geraffineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geraffineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geraffineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| raffineer | gebiedende wijs |
| raffineerde | verleden tijd |
| raffinere | aanvoegende wijs |
| raffinerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geraffineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te raffineren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen raffineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geraffineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geraffineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geraffineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geraffineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geraffineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geraffineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geraffineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geraffineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geraffineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geraffineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geraffineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geraffineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geraffineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geraffineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geraffineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geraffineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geraffineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geraffineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geraffineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geraffineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geraffineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geraffineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geraffineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geraffineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geraffineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geraffineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geraffineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal raffineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal raffineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal raffineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geraffineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geraffineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geraffineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geraffineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geraffineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geraffineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geraffineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geraffineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geraffineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geraffineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geraffineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geraffineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geraffineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou raffineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou raffineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou raffineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geraffineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geraffineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geraffineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geraffineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geraffineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geraffineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geraffineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geraffineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geraffineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden raffineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden raffineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden raffineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geraffineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geraffineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geraffineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt raffineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geraffineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geraffineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geraffineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geraffineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geraffineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geraffineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geraffineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geraffineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geraffineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen raffineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen raffineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen raffineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen raffineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geraffineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geraffineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geraffineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult raffineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zuiveren’ voor het eerst aangetroffen in 1581
Woordfamilie van raffineren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| raffineer | gebiedende wijs | raffineren |
| raffineerde | verleden tijd | raffineren |
| raffineerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | raffineren |
| raffineert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | raffineren |
| raffinere | aanvoegende wijs | raffineren |
| raffinerend | onvoltooid deelwoord | raffineren |
| raffinerende | woordvorm | raffineren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van raffineren zijn vastgelegd.