Naar de inhoud

louteren

zuiveren

louteren

werkwoord

Betekenis

  1. zuiveren
  2. zedelijk verbeteren
  3. zuiveren van een stof, met name door blootstelling aan hoge temperaturen

werkwoord

  1. door schade en schande wijzer worden figuratively

Vervoeging van louteren

louterenhele werkwoord — louterdeverleden tijd enkelvoud — louterdenverleden tijd meervoud — gelouterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik louter louterde
jij loutert louterde
hij, zij, het loutert louterde
wij louteren louterden
jullie louteren louterden
zij louteren louterden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gelouterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gelouterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gelouterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gelouterd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gelouterd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gelouterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gelouterd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gelouterd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gelouterd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gelouterd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gelouterd verleden tijd, deelwoord
gelouterd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gelouterd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gelouterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelouterd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelouterd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelouterd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gelouterd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gelouterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelouterd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelouterd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gelouterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gelouterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gelouterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gelouterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gelouterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gelouterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gelouterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gelouterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelouterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gelouterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelouterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gelouterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gelouterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelouterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelouterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gelouterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gelouterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
louter gebiedende wijs
louterde verleden tijd
loutere aanvoegende wijs
louterend onvoltooid, deelwoord
te hebben gelouterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te louteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen louteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gelouterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gelouterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gelouterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gelouterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gelouterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gelouterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gelouterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gelouterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gelouterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gelouterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gelouterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gelouterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gelouterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gelouterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gelouterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gelouterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gelouterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gelouterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gelouterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gelouterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gelouterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelouterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gelouterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gelouterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelouterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gelouterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelouterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal louteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal louteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal louteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gelouterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gelouterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gelouterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gelouterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gelouterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelouterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelouterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gelouterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelouterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gelouterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelouterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelouterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelouterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou louteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou louteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou louteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gelouterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelouterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelouterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gelouterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gelouterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gelouterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gelouterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelouterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelouterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden louteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden louteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden louteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gelouterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gelouterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gelouterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt louteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gelouterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelouterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelouterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gelouterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gelouterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gelouterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gelouterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelouterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelouterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen louteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen louteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen louteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen louteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gelouterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gelouterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gelouterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult louteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van louteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
louterde verleden tijd louteren
louterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon louteren
louterend onvoltooid deelwoord louteren
louterende woordvorm louteren
loutert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon louteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van louteren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over louteren

Wat betekent louteren?
Louteren is een werkwoord. Het woord betekent: zuiveren. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je louteren?
Je vervoegt louteren als volgt: de tegenwoordige tijd is louter, de verleden tijd is louterde en het voltooid deelwoord is gelouterd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord louteren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. O 1
  3. U 4
  4. T 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

louteren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. O 1
  3. U 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

louteren in het kort

louteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van louteren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort louteren bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

louteren: zuiveren
Deel louteren — standaardnederlands.nl