Naar de inhoud

radbraken

ter dood brengen door opbinding op een rad en het breken van alle botten in de ledematen gevolgd door een zware slag op de hartstreek

radbraken

werkwoord

Betekenis

  1. ter dood brengen door opbinding op een rad en het breken van alle botten in de ledematen gevolgd door een zware slag op de hartstreek

Vervoeging van radbraken

radbrakenhele werkwoord — radbraakteverleden tijd enkelvoud — radbraaktenverleden tijd meervoud — geradbraaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik radbraak radbraakte
jij radbraakt radbraakte
hij, zij, het radbraakt radbraakte
wij radbraken radbraakten
jullie radbraken radbraakten
zij radbraken radbraakten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geradbraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geradbraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geradbraakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geradbraakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geradbraakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geradbraakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geradbraakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geradbraakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geradbraakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geradbraakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geradbraakt verleden tijd, deelwoord
geradbraakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geradbraakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geradbraakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geradbraakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geradbraakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geradbraakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geradbraakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geradbraakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geradbraakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geradbraakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geradbraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geradbraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geradbraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geradbraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geradbraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geradbraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geradbraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geradbraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geradbraakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geradbraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geradbraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geradbraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geradbraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geradbraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geradbraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geradbraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geradbraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
radbraak gebiedende wijs
radbraakte verleden tijd
radbrake aanvoegende wijs
radbrakend onvoltooid, deelwoord
te hebben geradbraakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te radbraken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen radbraken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geradbraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geradbraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geradbraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geradbraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geradbraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geradbraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geradbraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geradbraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geradbraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geradbraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geradbraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geradbraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geradbraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geradbraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geradbraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geradbraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geradbraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geradbraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geradbraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geradbraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geradbraakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geradbraakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geradbraakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geradbraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geradbraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geradbraakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geradbraakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal radbraken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal radbraken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal radbraken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geradbraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geradbraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geradbraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geradbraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geradbraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geradbraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geradbraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geradbraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geradbraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geradbraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geradbraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geradbraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geradbraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou radbraken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou radbraken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou radbraken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geradbraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geradbraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geradbraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geradbraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geradbraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geradbraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geradbraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geradbraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geradbraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden radbraken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden radbraken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden radbraken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geradbraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geradbraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geradbraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt radbraken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geradbraakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geradbraakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geradbraakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geradbraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geradbraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geradbraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geradbraakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geradbraakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geradbraakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen radbraken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen radbraken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen radbraken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen radbraken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geradbraakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geradbraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geradbraakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult radbraken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘voor straf de ledematen breken’ voor het eerst aangetroffen in 1340

Woordfamilie van radbraken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
radbraak gebiedende wijs radbraken
radbraakt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon radbraken
radbraakte verleden tijd radbraken
radbraakten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon radbraken
radbrake aanvoegende wijs radbraken
radbrakend onvoltooid deelwoord radbraken
radbrakende woordvorm radbraken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van radbraken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over radbraken

Wat betekent radbraken?
Radbraken is een werkwoord. Het woord betekent: ter dood brengen door opbinding op een rad en het breken van alle botten in de ledematen gevolgd door een zware slag op de hartstreek.
Hoe vervoeg je radbraken?
Je vervoegt radbraken als volgt: de tegenwoordige tijd is radbraak, de verleden tijd is radbraakte en het voltooid deelwoord is geradbraakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord radbraken is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. A 1
  3. D 2
  4. B 3
  5. R 2
  6. A 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

radbraken levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. A 1
  3. D 2
  4. B 4
  5. R 2
  6. A 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

radbraken in het kort

radbraken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van radbraken zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort radbraken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

radbraken: ter dood brengen door opbinding op een rad en het breken van alle botten in de ledematen gevolgd door een zware slag op de hartstreek
Deel radbraken — standaardnederlands.nl