Naar de inhoud

quadrupleren

verviervoudigen

quadrupleren

werkwoord

Betekenis

  1. verviervoudigen
  2. viermaal iets doen, met name een inschrijving voor een academisch studiejaar

Vervoeging van quadrupleren

quadruplerenhele werkwoord — quadrupleerdeverleden tijd enkelvoud — quadrupleerdenverleden tijd meervoud — gequadrupleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik quadrupleer quadrupleerde
jij quadrupleert quadrupleerde
hij, zij, het quadrupleert quadrupleerde
wij quadrupleren quadrupleerden
jullie quadrupleren quadrupleerden
zij quadrupleren quadrupleerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gequadrupleerd verleden tijd, deelwoord
gequadrupleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gequadrupleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gequadrupleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gequadrupleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gequadrupleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gequadrupleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gequadrupleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gequadrupleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gequadrupleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gequadrupleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gequadrupleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gequadrupleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gequadrupleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gequadrupleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gequadrupleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gequadrupleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gequadrupleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
quadrupleer gebiedende wijs
quadrupleerde verleden tijd
quadruplere aanvoegende wijs
quadruplerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gequadrupleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te quadrupleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen quadrupleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gequadrupleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gequadrupleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gequadrupleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal quadrupleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal quadrupleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal quadrupleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gequadrupleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gequadrupleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gequadrupleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou quadrupleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou quadrupleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou quadrupleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gequadrupleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gequadrupleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gequadrupleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden quadrupleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden quadrupleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden quadrupleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gequadrupleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt quadrupleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gequadrupleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gequadrupleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gequadrupleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen quadrupleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen quadrupleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen quadrupleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen quadrupleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gequadrupleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult quadrupleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van quadrupleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gequadrupleerd voltooid deelwoord quadrupleren
gequadrupleerde woordvorm quadrupleren
quadrupleer gebiedende wijs quadrupleren
quadrupleerde verleden tijd quadrupleren
quadrupleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon quadrupleren
quadrupleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon quadrupleren
quadruplere aanvoegende wijs quadrupleren
quadruplerend onvoltooid deelwoord quadrupleren
quadruplerende woordvorm quadrupleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van quadrupleren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over quadrupleren

Wat betekent quadrupleren?
Quadrupleren is een werkwoord. Het woord betekent: verviervoudigen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je quadrupleren?
Je vervoegt quadrupleren als volgt: de tegenwoordige tijd is quadrupleer, de verleden tijd is quadrupleerde en het voltooid deelwoord is gequadrupleerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord quadrupleren is 34 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Q 10
  2. U 4
  3. A 1
  4. D 2
  5. R 2
  6. U 4
  7. P 3
  8. L 3
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 34 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

quadrupleren levert met Wordfeud minimaal 31 en maximaal 153 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Q 10
  2. U 2
  3. A 1
  4. D 2
  5. R 2
  6. U 2
  7. P 4
  8. L 3
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 31 zonder bonus
  14. 153 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Q) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

quadrupleren in het kort

quadrupleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van quadrupleren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort quadrupleren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

quadrupleren: verviervoudigen
Deel quadrupleren — standaardnederlands.nl