python
zelfstandig naamwoord ˈpitɔnBetekenis
- een groep van wurgslangen die niet giftig zijn en soms erg lang kunnen worden
Hoe spreek je python uit?
/ˈpitɔn/
Python bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| i | riet |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- geslacht Python van wurgslangen uit de familie pythons (Pythonidae) waarvan de soorten niet giftig zijn en die soms erg lang kunnen worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pythons | meervoud |
| pythontje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pythontjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
in de betekenis van ‘slang’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1622
Woordfamilie van python
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pythontje | verkleinwoord | python |
| pythontjes | verkleinwoord meervoud | python |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van python zijn vastgelegd.