anaconda
zelfstandig naamwoord /anaˈkɔnda/Betekenis
- anaconda
anaconda in een zin
- In het moeras leeft een anaconda van wel vijf meter.
- De anaconda gleed geruisloos het water in.
- In de film kwamen twee anaconda's voorbij.
Let op: Het meervoud krijgt een apostrof: anaconda's.
Hoe spreek je anaconda uit?
/anaˈkɔnda/
Anaconda bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| k | kat |
| ɔ | bot |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- zeer grote en zware wurgslang uit het geslacht Eunectes in het bijzonder Eunectes murinus
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| anaconda's | meervoud |
| anacondaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| anacondaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘slang’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van anaconda
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| anacondaatje | verkleinwoord | anaconda |
| anacondaatjes | verkleinwoord meervoud | anaconda |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van anaconda zijn vastgelegd.