boa
zelfstandig naamwoord ˈbowaBetekenis
- sommige soorten kunnen erg lang worden
- slinger van vogelveren, bont of zachte stof die door vrouwen om hals en schouders wordt gedrapeerd als onderdeel van feestelijke kleding
- (Nederland) iemand met vanwege zijn functie de wettelijk bevoegdheid heeft gekregen om mensen aan te houden en te bekeuren die bepaalde wettelijke bepalingen overtreden
Hoe spreek je boa uit?
/ˈbowa/
Boa bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| w | quiz |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- wurgslang uit de onderfamilie Boinae, sommige soorten kunnen erg lang worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boa's | meervoud |
| boaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boaatjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- buitengewoon opsporingsambtenaar: iemand die vanwege zijn functie de wettelijke bevoegdheid heeft gekregen om mensen aan te houden en te bekeuren die bepaalde wettelijke bepalingen overtreden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boa's | meervoud |
Woordfamilie van boa
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boa's | meervoud | boa |
| boaatje | verkleinwoord | boa |
| boaatjes | verkleinwoord meervoud | boa |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boa zijn vastgelegd.