Naar de inhoud

putten

(water) halen uit, ontlenen aan

putten is meer dan één woord

putten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. (water) halen uit, ontlenen aan
  2. (de bal) in de hole proberen te slaan
  3. ophalen

werkwoord

  1. halen uit, ontlenen aan
  2. in de hole proberen te slaan transitive

Vervoeging van putten

puttenhele werkwoord — putteverleden tijd enkelvoud — geputvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik put putte
jij put putte
hij, zij, het put putte
wij putten —
jullie putten —
zij putten —
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geput impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geput impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geput impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geput impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geput worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geput zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geput worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geput zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geput verleden tijd, deelwoord
geput te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geput zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geput voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geput voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geput voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geput voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geput voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geput voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geput voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geput voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geput actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geput voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geput voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geput voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geput voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geput voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geput voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
put gebiedende wijs
putte verleden tijd
putte aanvoegende wijs
puttend onvoltooid, deelwoord
te hebben geput actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te putten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen putten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geput hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geput hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geput hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal putten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal putten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal putten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geput hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geput hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geput hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou putten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou putten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou putten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geput hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geput hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geput hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden putten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden putten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden putten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geput hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt putten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geput hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geput hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geput hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen putten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen putten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen putten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen putten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geput hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult putten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord put

Woordfamilie van putten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geput voltooid deelwoord putten
geputte woordvorm putten
puttend onvoltooid deelwoord putten
puttende woordvorm putten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van putten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over putten

Wat betekent putten?
Putten is een werkwoord. Het woord betekent: (water) halen uit, ontlenen aan. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je putten?
Je vervoegt putten als volgt: de tegenwoordige tijd is put, de verleden tijd is putte en het voltooid deelwoord is geput. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord putten is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. U 4
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

putten levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. U 2
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

putten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

putten in het kort

putten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van putten zijn 37 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort putten bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

putten: (water) halen uit, ontlenen aan
Deel putten — standaardnederlands.nl