puntlassen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- lassen, waarbij de te verbinden delen door verhitting (meestal door het doorvoeren van een stroom) half-vloeibaar worden, waarna door krachtig drukken, de verbinding ontstaat
Vervoeging van puntlassen
puntlassenhele werkwoord — puntlasteverleden tijd enkelvoud — puntlastenverleden tijd meervoud — gepuntlastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | puntlas | puntlaste |
| jij | puntlast | puntlaste |
| hij, zij, het | puntlast | puntlaste |
| wij | puntlassen | puntlasten |
| jullie | puntlassen | puntlasten |
| zij | puntlassen | puntlasten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gepuntlast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gepuntlast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gepuntlast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepuntlast | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepuntlast | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepuntlast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepuntlast worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepuntlast zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepuntlast worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepuntlast zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepuntlast | verleden tijd, deelwoord |
| gepuntlast te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepuntlast te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepuntlast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepuntlast te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepuntlast te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepuntlast worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepuntlast zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepuntlast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepuntlast zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepuntlast zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepuntlast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepuntlast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepuntlast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepuntlast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepuntlast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepuntlast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepuntlast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepuntlast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepuntlast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepuntlast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepuntlast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepuntlast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepuntlast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepuntlast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepuntlast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gepuntlast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gepuntlast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| puntlas | gebiedende wijs |
| puntlasse | aanvoegende wijs |
| puntlassend | onvoltooid, deelwoord |
| puntlaste | verleden tijd |
| te hebben gepuntlast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te puntlassen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen puntlassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gepuntlast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepuntlast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gepuntlast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepuntlast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gepuntlast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gepuntlast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gepuntlast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gepuntlast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gepuntlast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gepuntlast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gepuntlast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gepuntlast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gepuntlast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gepuntlast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gepuntlast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gepuntlast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gepuntlast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gepuntlast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gepuntlast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gepuntlast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gepuntlast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepuntlast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepuntlast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gepuntlast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepuntlast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gepuntlast zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepuntlast zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal puntlassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal puntlassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal puntlassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepuntlast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gepuntlast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gepuntlast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gepuntlast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gepuntlast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepuntlast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepuntlast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gepuntlast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepuntlast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gepuntlast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepuntlast zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepuntlast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepuntlast zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou puntlassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou puntlassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou puntlassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepuntlast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepuntlast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepuntlast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepuntlast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gepuntlast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gepuntlast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepuntlast zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepuntlast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepuntlast zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden puntlassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden puntlassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden puntlassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepuntlast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepuntlast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepuntlast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt puntlassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepuntlast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepuntlast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepuntlast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepuntlast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gepuntlast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gepuntlast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepuntlast zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepuntlast zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepuntlast zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen puntlassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen puntlassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen puntlassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen puntlassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepuntlast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepuntlast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepuntlast zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult puntlassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord puntlas
Herkomst
samenstelling van punt en lassen
Woordfamilie van puntlassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepuntlast | voltooid deelwoord | puntlassen |
| gepuntlaste | woordvorm | puntlassen |
| puntlas | gebiedende wijs | puntlassen |
| puntlasse | aanvoegende wijs | puntlassen |
| puntlassend | onvoltooid deelwoord | puntlassen |
| puntlassende | woordvorm | puntlassen |
| puntlast | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | puntlassen |
| puntlaste | verleden tijd | puntlassen |
| puntlasten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | puntlassen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van puntlassen zijn vastgelegd.