Naar de inhoud

puntlassen

lassen, waarbij de te verbinden delen door verhitting (meestal door het doorvoeren van een stroom) half-vloeibaar worden, waarna door krachtig drukken, de verbinding ontstaat

puntlassen is meer dan één woord

puntlassen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. lassen, waarbij de te verbinden delen door verhitting (meestal door het doorvoeren van een stroom) half-vloeibaar worden, waarna door krachtig drukken, de verbinding ontstaat

Vervoeging van puntlassen

puntlassenhele werkwoord — puntlasteverleden tijd enkelvoud — puntlastenverleden tijd meervoud — gepuntlastvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik puntlas puntlaste
jij puntlast puntlaste
hij, zij, het puntlast puntlaste
wij puntlassen puntlasten
jullie puntlassen puntlasten
zij puntlassen puntlasten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepuntlast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepuntlast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepuntlast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepuntlast impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepuntlast impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepuntlast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepuntlast worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepuntlast zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepuntlast worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepuntlast zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepuntlast verleden tijd, deelwoord
gepuntlast te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepuntlast te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepuntlast te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepuntlast te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepuntlast te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepuntlast worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepuntlast zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepuntlast zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepuntlast zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepuntlast zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepuntlast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepuntlast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepuntlast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepuntlast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepuntlast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepuntlast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepuntlast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepuntlast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepuntlast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepuntlast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepuntlast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepuntlast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepuntlast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepuntlast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepuntlast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepuntlast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepuntlast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
puntlas gebiedende wijs
puntlasse aanvoegende wijs
puntlassend onvoltooid, deelwoord
puntlaste verleden tijd
te hebben gepuntlast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te puntlassen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen puntlassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepuntlast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepuntlast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepuntlast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepuntlast voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepuntlast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepuntlast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepuntlast voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepuntlast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepuntlast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepuntlast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepuntlast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepuntlast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepuntlast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepuntlast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepuntlast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepuntlast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepuntlast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepuntlast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepuntlast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepuntlast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepuntlast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepuntlast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepuntlast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepuntlast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepuntlast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepuntlast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepuntlast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal puntlassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal puntlassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal puntlassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepuntlast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepuntlast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepuntlast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepuntlast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepuntlast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepuntlast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepuntlast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepuntlast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepuntlast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepuntlast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepuntlast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepuntlast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepuntlast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou puntlassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou puntlassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou puntlassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepuntlast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepuntlast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepuntlast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepuntlast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepuntlast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepuntlast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepuntlast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepuntlast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepuntlast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden puntlassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden puntlassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden puntlassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepuntlast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepuntlast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepuntlast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt puntlassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepuntlast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepuntlast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepuntlast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepuntlast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepuntlast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepuntlast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepuntlast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepuntlast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepuntlast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen puntlassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen puntlassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen puntlassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen puntlassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepuntlast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepuntlast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepuntlast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult puntlassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord puntlas

Herkomst

samenstelling van punt en lassen

Woordfamilie van puntlassen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepuntlast voltooid deelwoord puntlassen
gepuntlaste woordvorm puntlassen
puntlas gebiedende wijs puntlassen
puntlasse aanvoegende wijs puntlassen
puntlassend onvoltooid deelwoord puntlassen
puntlassende woordvorm puntlassen
puntlast aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon puntlassen
puntlaste verleden tijd puntlassen
puntlasten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon puntlassen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van puntlassen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over puntlassen

Wat betekent puntlassen?
Puntlassen is een werkwoord. Het woord betekent: lassen, waarbij de te verbinden delen door verhitting (meestal door het doorvoeren van een stroom) half-vloeibaar worden, waarna door krachtig drukken, de verbinding ontstaat.
Hoe vervoeg je puntlassen?
Je vervoegt puntlassen als volgt: de tegenwoordige tijd is puntlas, de verleden tijd is puntlaste en het voltooid deelwoord is gepuntlast. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord puntlassen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. U 4
  3. N 1
  4. T 2
  5. L 3
  6. A 1
  7. S 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

puntlassen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. U 2
  3. N 1
  4. T 2
  5. L 3
  6. A 1
  7. S 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

puntlassen in het kort

puntlassen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van puntlassen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort puntlassen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

puntlassen: lassen, waarbij de te verbinden delen door verhitting (meestal door het doorvoeren van een stroom) half-vloeibaar worden, waarna door krachtig drukken, de verbinding ontstaat
Deel puntlassen — standaardnederlands.nl