Naar de inhoud

prostitueren

iemand dwingen tot het aanbieden van seksuele diensten

prostitueren

werkwoord

Betekenis

  1. iemand dwingen tot het aanbieden van seksuele diensten
  2. zich tegen betaling voor seksuele diensten aanbieden

Vervoeging van prostitueren

prostituerenhele werkwoord — prostitueerdeverleden tijd enkelvoud — prostitueerdenverleden tijd meervoud — geprostitueerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik prostitueer prostitueerde
jij prostitueert prostitueerde
hij, zij, het prostitueert prostitueerde
wij prostitueren prostitueerden
jullie prostitueren prostitueerden
zij prostitueren prostitueerden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geprostitueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geprostitueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geprostitueerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geprostitueerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geprostitueerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geprostitueerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geprostitueerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geprostitueerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geprostitueerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geprostitueerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geprostitueerd verleden tijd, deelwoord
geprostitueerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geprostitueerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geprostitueerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geprostitueerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geprostitueerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geprostitueerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geprostitueerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geprostitueerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geprostitueerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geprostitueerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geprostitueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geprostitueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geprostitueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geprostitueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geprostitueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geprostitueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geprostitueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geprostitueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprostitueerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geprostitueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprostitueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geprostitueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geprostitueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprostitueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprostitueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geprostitueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geprostitueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
prostitueer gebiedende wijs
prostitueer me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
prostitueer u/je , prostitueert je gebiedende wijs
prostitueerde verleden tijd
prostitueerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
prostitueerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
prostitueerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
prostitueerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
prostitueerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
prostitueerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
prostitueerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
prostitueerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
prostitueerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
prostitueerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
prostitueert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
prostitueert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
prostitueert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
prostitueert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
prostitueert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
prostitueert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
prostituere aanvoegende wijs
prostituere zich aanvoegende wijs
prostitueren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
prostitueren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
prostitueren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
prostituerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geprostitueerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te prostitueren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen prostitueren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geprostitueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geprostitueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geprostitueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geprostitueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geprostitueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geprostitueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geprostitueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geprostitueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geprostitueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geprostitueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geprostitueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geprostitueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geprostitueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geprostitueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geprostitueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geprostitueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geprostitueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geprostitueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geprostitueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geprostitueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geprostitueerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geprostitueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geprostitueerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geprostitueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geprostitueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geprostitueerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geprostitueerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me prostitueren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal prostitueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal prostitueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal prostitueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich prostitueren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je prostitueren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich geprostitueerd hebben verleden tijd
zich prostituerend onvoltooid, deelwoord
zijn geprostitueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geprostitueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geprostitueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geprostitueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geprostitueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geprostitueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geprostitueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geprostitueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geprostitueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geprostitueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geprostitueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geprostitueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geprostitueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou prostitueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou prostitueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou prostitueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geprostitueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geprostitueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geprostitueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geprostitueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geprostitueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geprostitueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geprostitueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geprostitueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geprostitueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden prostitueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden prostitueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden prostitueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geprostitueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geprostitueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geprostitueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt prostitueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geprostitueerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geprostitueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geprostitueerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geprostitueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse prostituer (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van prostitueren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geprostitueerd voltooid deelwoord prostitueren
geprostitueerde woordvorm prostitueren
prostitueer gebiedende wijs prostitueren
prostitueerde verleden tijd prostitueren
prostitueerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon prostitueren
prostitueert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon prostitueren
prostituere aanvoegende wijs prostitueren
prostituerend onvoltooid deelwoord prostitueren
prostituerende woordvorm prostitueren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prostitueren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over prostitueren

Wat is de betekenis van prostitueren?
Prostitueren is een werkwoord. De betekenis is: iemand dwingen tot het aanbieden van seksuele diensten. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik prostitueren?
Zo vervoeg je prostitueren zo: de tegenwoordige tijd is prostitueer, de verleden tijd is prostitueerde en het voltooid deelwoord is geprostitueerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord prostitueren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. I 1
  7. T 2
  8. U 4
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

prostitueren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. O 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. I 2
  7. T 2
  8. U 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 zonder bonus
  14. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

prostitueren in het kort

prostitueren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van prostitueren staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort prostitueren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

prostitueren: iemand dwingen tot het aanbieden van seksuele diensten
Deel prostitueren — standaardnederlands.nl