Naar de inhoud

profiteren

~ van baat hebben bij iets, winst boeken van iets

profiteren

werkwoord

Betekenis

  1. ~ van baat hebben bij iets, winst boeken van iets

Vervoeging van profiteren

profiterenhele werkwoord — profiteerdeverleden tijd enkelvoud — profiteerdenverleden tijd meervoud — geprofiteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik profiteer profiteerde
jij profiteert profiteerde
hij, zij, het profiteert profiteerde
wij profiteren profiteerden
jullie profiteren profiteerden
zij profiteren profiteerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geprofiteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geprofiteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geprofiteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geprofiteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geprofiteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geprofiteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geprofiteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geprofiteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geprofiteerd verleden tijd, deelwoord
geprofiteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geprofiteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geprofiteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geprofiteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geprofiteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geprofiteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geprofiteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geprofiteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geprofiteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geprofiteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprofiteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geprofiteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprofiteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geprofiteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geprofiteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprofiteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprofiteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
profiteer gebiedende wijs
profiteerde verleden tijd
profitere aanvoegende wijs
profiterend onvoltooid, deelwoord
te hebben geprofiteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te profiteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen profiteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geprofiteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geprofiteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geprofiteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal profiteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal profiteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal profiteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geprofiteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geprofiteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geprofiteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou profiteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou profiteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou profiteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geprofiteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geprofiteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geprofiteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden profiteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden profiteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden profiteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geprofiteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt profiteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geprofiteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geprofiteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geprofiteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen profiteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen profiteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen profiteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen profiteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geprofiteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult profiteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voordeel trekken’ voor het eerst aangetroffen in 1451

Woordfamilie van profiteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geprofiteerd voltooid deelwoord profiteren
profiteer gebiedende wijs profiteren
profiteerde verleden tijd profiteren
profiteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon profiteren
profiteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon profiteren
profitere aanvoegende wijs profiteren
profiterend onvoltooid deelwoord profiteren
profiterende woordvorm profiteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van profiteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over profiteren

Wat is de betekenis van profiteren?
Profiteren is een werkwoord. De betekenis is: ~ van baat hebben bij iets, winst boeken van iets.
Hoe vervoeg ik profiteren?
Zo vervoeg je profiteren zo: de tegenwoordige tijd is profiteer, de verleden tijd is profiteerde en het voltooid deelwoord is geprofiteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord profiteren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. F 4
  5. I 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

profiteren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. O 1
  4. F 4
  5. I 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

profiteren in het kort

profiteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van profiteren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort profiteren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

profiteren: ~ van baat hebben bij iets, winst boeken van iets
Deel profiteren — standaardnederlands.nl