producen
werkwoord proˈdjusə(n)Betekenis
- ervoor zorgen dat de culturele producten een vorm krijgen die economisch succesvol is
Hoe spreek je producen uit?
/proˈdjusən/
Producen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| o | boot |
| d | dak |
| j | ja |
| u | boek |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van producen
producenhele werkwoord — produceteverleden tijd enkelvoud — producetenverleden tijd meervoud — geproducetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | produce | producete |
| jij | producet | producete |
| hij, zij, het | producet | producete |
| wij | producen | produceten |
| jullie | producen | produceten |
| zij | producen | produceten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geproducet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geproducet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geproducet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geproducet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geproducet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geproducet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geproducet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geproducet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geproducet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geproducet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geproducet | verleden tijd, deelwoord |
| geproducet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geproducet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geproducet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geproducet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geproducet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geproducet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geproducet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geproducet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geproducet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geproducet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geproducet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geproducet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geproducet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geproducet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geproducet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geproducet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geproducet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geproducet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geproducet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geproducet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geproducet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geproducet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geproducet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geproducet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geproducet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geproducet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geproducet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| produce | gebiedende wijs |
| produce | aanvoegende wijs |
| producend | onvoltooid, deelwoord |
| producete | verleden tijd |
| te hebben geproducet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te producen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen producen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geproducet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geproducet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geproducet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geproducet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geproducet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geproducet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geproducet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geproducet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geproducet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geproducet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geproducet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geproducet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geproducet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geproducet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geproducet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geproducet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geproducet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geproducet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geproducet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geproducet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geproducet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geproducet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geproducet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geproducet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geproducet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geproducet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geproducet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal producen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal producen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal producen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geproducet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geproducet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geproducet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geproducet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geproducet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geproducet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geproducet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geproducet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geproducet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geproducet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geproducet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geproducet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geproducet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou producen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou producen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou producen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geproducet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geproducet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geproducet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geproducet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geproducet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geproducet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geproducet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geproducet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geproducet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden producen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden producen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden producen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geproducet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geproducet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geproducet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt producen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geproducet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geproducet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geproducet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geproducet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geproducet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geproducet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geproducet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geproducet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geproducet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen producen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen producen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen producen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen producen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geproducet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geproducet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geproducet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult producen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Engels produce ww
Woordfamilie van producen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geproducet | voltooid deelwoord | producen |
| geproducete | woordvorm | producen |
| produce | gebiedende wijs | producen |
| producend | onvoltooid deelwoord | producen |
| producende | woordvorm | producen |
| producet | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | producen |
| producete | verleden tijd | producen |
| produceten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | producen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van producen zijn vastgelegd.