Naar de inhoud

prediken

de leer van een geloof verkondigen

prediken

werkwoord

Betekenis

  1. de leer van een geloof verkondigen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van prediken

predikenhele werkwoord — predikteverleden tijd enkelvoud — prediktenverleden tijd meervoud — geprediktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik predik predikte
jij predikt predikte
hij, zij, het predikt predikte
wij prediken predikten
jullie prediken predikten
zij prediken predikten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepredikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepredikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepredikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepredikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepredikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepredikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepredikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepredikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepredikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepredikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepredikt verleden tijd, deelwoord
gepredikt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepredikt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepredikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepredikt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepredikt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepredikt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepredikt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepredikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepredikt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepredikt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepredikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepredikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepredikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepredikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepredikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepredikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepredikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepredikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepredikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepredikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepredikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepredikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepredikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepredikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepredikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepredikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepredikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
predik gebiedende wijs
predike aanvoegende wijs
predikend onvoltooid, deelwoord
predikte verleden tijd
te hebben gepredikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te prediken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen prediken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepredikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepredikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepredikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepredikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepredikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepredikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepredikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepredikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepredikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepredikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepredikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepredikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepredikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepredikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepredikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepredikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepredikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepredikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepredikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepredikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepredikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepredikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepredikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepredikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepredikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepredikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepredikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal prediken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal prediken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal prediken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepredikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepredikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepredikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepredikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepredikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepredikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepredikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepredikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepredikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepredikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepredikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepredikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepredikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou prediken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou prediken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou prediken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepredikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepredikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepredikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepredikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepredikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepredikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepredikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepredikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepredikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden prediken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden prediken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden prediken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepredikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepredikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepredikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt prediken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepredikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepredikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepredikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepredikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepredikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepredikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepredikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepredikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepredikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen prediken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen prediken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen prediken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen prediken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepredikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepredikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepredikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult prediken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘Gods woord verkondigen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1200

Woordfamilie van prediken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepredikt voltooid deelwoord prediken
predik gebiedende wijs prediken
predike aanvoegende wijs prediken
predikend onvoltooid deelwoord prediken
predikende woordvorm prediken
predikt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon prediken
predikte verleden tijd prediken
predikten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon prediken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prediken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over prediken

Wat betekent prediken?
Prediken is een werkwoord. Het woord betekent: de leer van een geloof verkondigen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je prediken?
Je vervoegt prediken als volgt: de tegenwoordige tijd is predik, de verleden tijd is predikte en het voltooid deelwoord is gepredikt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord prediken is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. E 1
  4. D 2
  5. I 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

prediken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. E 1
  4. D 2
  5. I 2
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

prediken in het kort

prediken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van prediken zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort prediken bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

prediken: de leer van een geloof verkondigen
Deel prediken — standaardnederlands.nl