pomp
zelfstandig naamwoord, werkwoord pɔmpBetekenis
- werktuig dat door middel van drukverschil vloeistoffen of gassen verplaatst
- benzinepomp, tankstation
Hoe spreek je pomp uit?
/pɔmp/
Pomp bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɔ | bot |
| m | maan |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- kokervormige onderdoorgang om water af te voeren Northern-Netherland
- krachtige beweging om met een pomp vloeistof in beweging te brengen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pompen | meervoud |
| pompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pompjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pompen
- gebiedende wijs van pompen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pompen
Vervoeging van pomp
pomphele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] pomp | canonical |
zelfstandig naamwoord — masculine
- verstelwerk
- baantje informal
- pracht, praal obsolete
Woordfamilie van pomp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pompje | verkleinwoord | pomp |
| pompjes | verkleinwoord meervoud | pomp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pomp zijn vastgelegd.